Vrijdag 23 februari 2018

Het verloop van de laatst gehouden structurenvergadering van de grootste politieke partij (de regeringspartij) in Suriname heeft de grondoorzaken blootgelegd waarmee de huidige regering te kampen heeft. Het heeft te maken met de onhebbelijkheden waaronder de partij gebukt gaat, die voorkomen dat de coalitiepartij rechtop kan lopen en de horizon helder kan aanschouwen. In de eerste plaats blijkt dat het partijkader niet bereid en geschikt is om minutenlang uitleg aan te horen met cijfers en analyses. Het partijkader begint dan al gauw te vervelen en dan vervalt men in geroezemoes, een teken aan de spreker dat men het over een andere boeg moet gaan gooien. Wanneer het partijkader niet in staat is om 1 uur lang te luisteren naar een uiteenzetting over de macro-economische en de financiële situatie zoals het is geweest en zoals het zeer waarschijnlijk zal zijn, dan schort er iets fundamenteel aan de partijkaders. Het is dan bijna onmogelijk om in de partij zelf draagvlak te creëren voor moeilijke concepten als ‘prudent beleid’, dus geld hebben maar toch niet feesten. De minister van Financiën ligt over het algemeen zwaar onder vuur vanwege zijn CBvS-verleden en zijn huidige voorhoederol bij het aangaan van ettelijke noodzakelijke en niet-noodzakelijke leningen. Ondanks dat de minister zwaar onder vuur ligt en uitglijdpartijtjes maakt in DNA, geniet hij consistent politieke ondersteuning en is hij gehandhaafd gebleven. Nu heeft hij op een NDP-structurenvergadering getracht om een verklaring te geven over de stand van zaken binnen de financiële sector en heeft hij ook een poging ondernomen om voor de toekomst enige zaken te voorspellen. Dat dienen financiële autoriteiten wel te kunnen doen. Frappant is dat, naar verluidt, het partijkader bijeengeroepen door de partijvoorzitter zelf, zich begon te vervelen. Dat noopte de partijvoorzitter op gegeven moment om vermanend op te merken dat men wel samen kan zingen, maar niet samen valt te praten. Niet-verassend maar minder professioneel van de partijvoorzitter overigens was de aanduiding van het commentaar op het overheidsbeleid aan te duiden als ‘NDP under attack’. Regeringsbeleid dat geleid heeft tot economisch zware tijden, regeringsbeleid dat de economische malaise niet snel tot het verleden kan laten behoren, maar zelf ook regeringsbeleid in tijden van economische voorspoed zullen altijd kritiek ondervinden van de oppositie en een deel van de burgerij zolang de democratie heerst. Het is onmogelijk dat in een democratisch land geregeerd wordt zonder continue kritiek op dagbasis, ook in zeer welvarende democratische landen is dat heel duidelijk te zien. Wanneer het goed gaat dan wordt gezegd dat het land het goed doet, wanneer er op een gebied problemen voorkomen dan zal men een regering (de zittende regering) daarmee in verbinding brengen. Dat is de gebruikelijke manier waarop in de democratie zaken worden gedaan, het is niet persoonlijk bedoeld. Wanneer een regering wordt bekritiseerd, dan worden de namen van de hoogste executieve ambtsdragers, ministers, partijleiders, fractieleiders en parlementariërs genoemd. Dat gebruikt bij herhaling, zo werkt het in de moderne democratie. Het is niet persoonlijk bedoeld. Het dus onterecht om te stellen dat een partij ‘under attack’ is omdat een bepaalde partij regeert. De kritiek op voorgaande regeringen is ook niet mals geweest. De kritiek komt overigens ook niet van de media, maar van de politieke instituten en kritische burgers die ruimte vragen en moeten krijgen van de vrije pers om hun ongenoegen te uiten. Kritiek wordt in deze moderne tijd niet met aanplakbiljetten, pamfletten, vlugschriften en betogingen op straathoeken en pleinen geuit, maar via de moderne massamedia, dus via de radiostations, de tv-stations, de digitale en gedrukte kranten en de social media. Zo werkt het in de democratie in 2018, het is niets persoonlijks. De tactiek om in de underdogpositie en slachtofferrol te kruipen zal ons niet veel helpen als samenleving. Opmerkelijk in het betoog van de partijvoorzitter waren de takru-maniri’s die hij van partijgenoten en het partijkader naar voren bracht. Er zijn mensen in de partij die niets doen om hun buurt en hun gemeenschap te verheffen, maar alleen gratis salaris willen door beleidsadviseur te worden. De partijvoorzitter heeft dit gezegd kennelijk, omdat het hem op gegeven moment teveel is geworden. De partijvoorzitter heeft met het hekelen van dit feit in principe kritiek geuit op het functioneren van het partijkader. Er is teveel misère nog in de verschillende buurten, er is een manier om deze misère structureel aan te pakken, maar het kader is alleen met zichzelf bezig. De cultuur van dienstbaarheid moet dus groter wortel schieten in de coalitiepartij. Logischerwijs vloeit uit de kritiek van de partijvoorzitter voort dat de rr-leden en dr-leden van de partij niet veel uitrichten. Op de structurenvergadering werd ondernemerschap in het binnenland belicht en dat is een positieve zaak. De vraag rijst wel of ondernemers die zich niet direct willen inlaten met de partijpolitiek, kunnen rekenen op de ondersteuning van de zittende regering. Dat is niet helemaal duidelijk uit de verf gekomen. Het is toch wel van belang dat de ondersteuning van de Surinaamse regering uitgaat naar alle burgers die goede bedoelingen hebben.