Zaterdag 16 februari 2019

Het is ook nooit goed in Suriname. De Wereldvoedselorganisatie zou een kantoor in Suriname willen openen en er zijn Surinamers die daar sceptisch over doen en het zelfs afwijzen. En dat het van een landbouwdeskundige komt is al helemaal niet te plaatsen. Surinamers doen op beslissende momenten arrogant of onvoorstelbaar dom, waardoor veel organisaties uitwijken naar Guyana. De activiteiten worden dan in Guyana gehouden en wij moeten dan steeds ernaartoe reizen om zaken te doen. De FAO heeft al een kantoor in Guyana. Dit land heeft een heel sterke band met de FAO. Dit heeft geresulteerd in een heleboel landbouwprojecten in Guyana, waaraan kleine landbouwers voordeel hebben gehad. Het heeft wat ons betreft wel degelijk zin om een FAO kantoor in Suriname te hebben. Het feit dat de FAO dat overweegt, geeft wat aan. Suriname heeft wel landbouwpotentie die niet uitgeput is. Dat heeft te maken met heel zwakke landbouwers en onderontwikkeling bij de landbouwers en een schandalig onderpresterend ministerie van LVV, nog steeds. Suriname heeft een behoorlijke landbouwhistorie. Een deel van de vrijgekomen slaven, de immigranten uit India en Indonesië en de boeren uit Nederland zijn op gegeven moment allemaal betrokken geweest in de landbouw (rijstteelt, groenten en fruit) en veeteelt (veehouderij voor vlees en melk, schapen en geiten). De Boeroes hebben door een betere scholing en ontwikkeling hun landbouw meer bekeken als bedrijven. De rest heeft uit vrees voor de belastingen en gebrekkige ontwikkeling nagelaten om hun activiteiten als een onderneming te zien. Daardoor is het overgrote deel er niet in geslaagd om op een professionele en moderne manier aan landbouw te doen. De komende generaties kiezen daardoor ook om iets anders te doen. Deze zwakke ontwikkeling van de landbouw in Suriname heeft te maken met een ministerie van LVV dat decennialang een zware onvoldoende scoort en eigenlijk voor een zes maanden moet worden opgedoekt. Om het dan weer van de grond te tillen. De LVV’ers zijn zodanig gewend geraakt aan het niets doen, dat ze inmiddels vergeten zijn waarvoor het ministerie ooit in het leven is geroepen. Door de NPS en nu door de NDP wordt bewust een beleid gevolgd om een zwakke LVV-ministerie in stand te houden. De NPS heeft in het parlement middels haar fractieleider ooit duidelijk verwoord dat het geen nut heeft om in Suriname in de landbouw te investeren. Het was verstandiger om in de mijnbouw te investeren. Suriname is kortom een land met een enorme landbouwpotentie, maar dan wel bekeken in een regionale context. Suriname is vruchtbaar, maar er zijn in de wereld veel meer landen met een grotere vruchtbare oppervlakte, een professionele boerenbestand en hoogstaande landbouwtechnologie die nog steeds in ontwikkeling is. Suriname zou wellicht geen wereldspeler kunnen worden, maar zou genoeg kunnen produceren om meer bij te dragen aan het bbp. In regionale context behoren wij de landbouw in Suriname te ontwikkelen. Voor de korte termijn moet de nadruk niet liggen op de informele boeren, maar op grote reeds in bedrijf zijnde en nog op te richten landbouwbedrijven. Het gaat dan om de landbouwbedrijven die tientallen en honderden werknemers in dienst hebben en die exporteren. Op middellang termijn kan de nadruk komen te liggen op het zwakke bestand van de ongeschoolde boeren. Deze dienen grondig getraind en omgeschoold te worden van een ongeschoolde tot georganiseerde ondernemer. Het is elders in de wereld gebeurd, dus het zou ook in Suriname kunnen. De wereldbevolking is groeiende en voorlopig is het zo dat elk mens voedsel nodig heeft om te overleven. De Voedsel- en Landbouworganisatie (Food and Agriculture Organization, FAO) van de Verenigde Naties is een gespecialiseerde organisatie die tot doel heeft om de honger in de wereld te bestrijden. De organisatie werd in 1945 opgericht in de stad Quebec in Canada. In 1951 verhuisde het hoofdkwartier van Washington D.C. naar Rome. De FAO wil voornamelijk plattelandsgebieden helpen ontwikkelen. Zij doet dit voornamelijk door informatievoorziening, op overheidsniveau en lokaal niveau. De FAO probeert de doelstelling op vier manieren te bereiken. In de eerste plaats doet ze dit door hulp te bieden aan ontwikkelingslanden. De FAO geeft informatie over voedsel, landbouw, tuinbouw, bosbouw en visserij. De FAO geeft ook advies aan de overheden. De FAO biedt een neutraal platform waarop discussie kan plaatsvinden en beleid kan worden ontwikkeld over grote voedsel- en landbouwaangelegenheden. Suriname heeft de hulp van de FAO nodig. De grootste uitdaging voor Suriname is ook de versterking van LVV. Er moet een programma worden uitgevoerd om LVV sterker te maken. De vorderingen moeten openbaar worden gemaakt. Verder moet LVV samen met de stakeholders werken aan een landbouwplan voor 5 of 10 jaar. Op LVV moet met de hulp van de FAO een anticorruptieprogramma worden uitgevoerd.