Zondag 23 september 2018

Zoals reeds vermeld in de krant van gisteren, is er in het IGSR een zesdaagse conferentie aan de gang, welke zich vooral bezighoud met de vraag hoe er een synergie tot stand gebracht kan worden tussen het verleden van de slavernij en die van contractarbeid. Keynote spreker Micheal Toussaint ging in op het thema “The Legacy of Slavery and the African Diaspora: From new World enslavement to call for reparations”.
Toussaint baseerde zich op de theorie dat slavernij gebaseerd is op economische en religieuze motieven, waarbij zaken als gebondenheid ook een rol hebben gespeeld. Slavernij is volgens Toussaint een totalitair systeem dat zich door de tijden heen aanpast. “It morphs”, zegt hij. Bij comparatieve studies van slaven en contractarbeidsgemeenschappen moeten wij ons ervan bewust zijn dat er verschillen, maar ook overeenkomsten zijn. Hij stond verder stil bij ‘symbolic anthropology’, waarbij hij doelde op de manier waarop mensen met een donkere huidskleur worden geclassificeerd. Letterlijk stelde hij dat aan zwart gradaties worden gekoppeld, terwijl wit dat niet heeft. Om dit te verduidelijken, gebruikte hij Obama als voorbeeld, waarbij hij aangaf hoe men in het algemeen naar Obama kijkt, als een gemixte zwarte, maar niet als een gemixte blanke.
Toussaint stond verder stil bij reparaties in verband met slavernij, waarbij hij aangaf dat blanke planters zijn vergoed, maar de zwarte slachtoffers van het kapitaal nog niet. Toussaint bracht de zaal even in beweging met Afrikaanse ritmes die hij zelf sloeg op zijn spreekgestoelte. Doel hiervan was om aan te tonen dat vanuit de comparatieve studies bekeken er overeenkomsten zijn tussen de Afrikaanse, Caribische en Chutney muziek. Dit typeert de overeenkomsten van diaspora. Ook op politiek vlak vergeleek Toussaint de overeenkomsten, waarbij hij stelde dat de politieke cultuur die we delen, is gebaseerd op verzet van onderdrukking.
De volgende spreker, Brinsley Samaroo, stond stil bij de beïnvloeding van de Caribische gemeenschap door de Indiase en Chinese cultuur, en de ontwikkeling van Chinese en Indiase diaspora. Samaroo legde uit dat hij niet alleen heeft gekeken naar de vertellingen, maar vooral ook naar filosofische aspecten die een rol hebben gespeeld bij het veranderen van de sociale geografie van de Caribbean. De Chinezen doken de handel in en leverden diensten aan de West-Europese en Noord-Amerikaanse handelsbelangen in bijvoorbeeld Paramaribo, Georgetown en Kingston. Handel was de niche van de Chinezen, zij begonnen Chinese shops, die later grotere winkels werden. Chinese handelaren kozen veelal voor lokale niet-Chinese vrouwen als partner, in tegenstelling tot Indiase mannen die geen interesse in een lokale partner hadden, maar vrouwen uit het land van herkomst wilden.

De Indiërs brachten veel specerijen, gerechten, fruit en dieren mee. Een mooi voorbeeld van de beïnvloeding uit het oosten op het Caribische eiland Trinidad, is de buffalypso. Waterbuffels kwamen uit India, die geïntroduceerd werden in Trinidad. Hierna begon men met het fokken van deze waterbuffels om met name de vleesproductie te vergroten. De buffalypso werd in 1964 als een apart ras benoemd nadat het succesvol genoeg was doorgefokt, na introductie in 1906. De buffalypso, is een samentrekking van buffalo en calypso. Trinidad wordt hierdoor op de internationale buffelmarkt, met respect aangekeken.