Jonge moeder had geen andere keus dan drugs te smokkelen

Een jonge moeder verklaarde op de strafzitting dat zij geen andere uitweg meer had dan drugs het land uit te voeren. Op 28 september van het vorig jaar kwam zij iemand tegen die haar benaderde om drugs te smokkelen. Zij stemde toe en propte op 28 september 210 gram cocaïne in haar geslachtsdeel en slikte 580 gram in bolletjesvorm. Haar wordt poging tot uitvoer van in totaal 790 gram coke verweten. Uit haar relaas blijkt dat haar moeder 7 kinderen heeft. Geen van de kinderen had gedurfd om de kosten van de begrafenis van de moeder op zich te nemen. Zij besloot toen een schuld bij de bank te nemen. Echter blijkt dat zij de bank niet terug kon betalen. Op een dag ontving zij een deurwaardersexploot. Zij werkte toen bij een casino, maar kwam niet uit. Deze baan raakte zij van de ene op de andere dag kwijt. Bovendien heeft de verdachte een zoontje van 4 jaar. Zijn gezondheidssituatie is niet stabiel.
De alleenstaande moeder besloot toen om ja te zeggen en de schuld van iets meer dan SRD 10.000 betalen. Voor de succesvolle drugsdeal zou zij Euro 7.000 ontvangen en met dat geld zou zij dan de bank betalen. Dit is helaas niet gelukt, omdat zij op de luchthaven werd aangehouden. Volgens officier Ilse Krenten voldeed deze mevrouw helemaal aan een verdachtenprofiel. Er werd een onderzoek ingesteld en bleek dat zij 70 cocaïne bolletjes geslikt had en een bol van 210 gram had gepropt.
Kantonrechter Marie Mettendaf merkte op dat deze verdachte een spiritueel bad had genomen om de pakkans te verkleinen. Desondanks werd zij gesnapt met het verboden spul. De vervolgingsambtenaar achtte poging tot uitvoer van de 790 gram coke wettig en overtuigend bewezen en eiste hiervoor een celstraf van 12 maanden, waarvan 2 voorwaardelijk met aftrek. Dit strafvoorstel verbond zij aan een proeftijd van 3 jaar en eiste verder een geldboete van SRD 1000, te vervangen door een maand hechtenis.
Advocaat John Ferdinand betoogde dat de handeling van zijn cliënt zeker niet goed te praten viel. Hij merkte op dat de eis van de vervolging toch wel vrij fors was. Zijn cliënte heeft een bepaalde achtergrond. Zij is alleenstaand en in dit bijzonder geval is de verdachte met hard bewijs gekomen dat zij inderdaad een schuld heeft bij de bank, welke genomen is voor de begrafenis van haar moeder. Uit de inlichtingenstraat blijkt dat zij nooit eerder in aanraking is gekomen met de justitie. Derhalve verzocht de raadsman om de straf enigszins te willen mitigeren, zodat de verdachte op kort termijn naar huis kan gaan.
De magistraat achtte net als de officier poging tot uitvoer wettig en overtuigend bewezen. Volgens de bevindingen van de rechter is dit een ernstige zaak. ‘Indien de smokkel gelukt was, was jou probleem wel opgelost, maar de mensen die verslaafd hieraan zijn, hun problemen zouden juist verergerd worden. De verdachte had bewust de kans gewaagd om over te gaan tot de strafbare handeling. Zij moet dan ook instaan voor de consequenties’, aldus de kantonrechter. Aan de verdachte werd een gevangenisstraf opgelegd van 12 maanden, waarvan 5 voorwaardelijk met aftrek, een geldboete van SRD 1000, subsidiair een maand hechtenis en onttrekking van de drugs uit het verkeer. Deze mevrouw moet nog 4 maanden brommen.
Saskia Bandhan

error: Kopiëren mag niet!