Suriname kan geen rechtvaardigheid eisen terwijl het die thuis ontkent

Advertisement

Tijdens de 152ste plenaire vergadering van de Interparlementaire Unie (IPU) in Istanbul presenteerde Suriname zich opnieuw als morele stem in het debat over klimaatrechtvaardigheid.

Delegatieleider Rabindre Parmessar sprak over ongelijkheid, verantwoordelijkheid en het recht van kwetsbare landen om beschermd te worden tegen de gevolgen van een crisis die zij niet hebben veroorzaakt.

Die boodschap klinkt rechtvaardig. Maar ze is ook ongemakkelijk hypocriet.

Want terwijl Suriname internationaal pleit voor rechtvaardigheid, wordt diezelfde rechtvaardigheid in eigen land al decennia structureel onthouden aan inheemse en tribale volkeren. Klimaatrechtvaardigheid begint niet in Istanbul. Die begint in Apoera, Para, in Brownsweg, in de dorpen langs de Marowijne en de Saramacca.

En daar ziet de realiteit er heel anders uit dan in diplomatieke toespraken.

Suriname profileert zich graag als “long van de aarde”, met meer dan 90 procent bosbedekking. Maar dat bos is niet beschermd door beleid alleen. Het is beschermd door generaties van inheemse en tribale gemeenschappen die er leven, werken en voor zorgen.

En toch zijn het precies die gemeenschappen die nog steeds geen volwaardige wettelijke erkenning hebben van hun collectieve grondenrechten.

Dat is geen omissie. Dat is een politieke keuze.

Ondertussen worden concessies voor goudwinning, houtkap en infrastructuurprojecten routinematig uitgegeven in of nabij hun leefgebieden, vaak zonder vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming.

Het recht om “nee” te zeggen bestaat op papier in internationale normen, maar wordt in de praktijk systematisch genegeerd.

Dus wat betekent het als Suriname in internationale fora spreekt over bescherming van bossen? Bescherming voor wie? Voor de wereldmarkt? Voor carbon credits? Voor internationale erkenning?

Zeker niet in de eerste plaats voor de mensen die die bossen al eeuwen beschermen. Het narratief dat Suriname “duurzaamheid leeft” is daarom op zijn best onvolledig en op zijn slechtst misleidend.

Inheemse en tribale volkeren worden wel gebruikt als symbool van harmonie met de natuur, maar niet erkend als rechtmatige eigenaren en besluitvormers over hun grondgebied. Ze mogen het verhaal versterken, maar niet de koers bepalen. Dat is geen partnerschap. Dat is instrumentalisering.

Parmessar wees terecht op de historische verantwoordelijkheid van geïndustrialiseerde landen. Maar dezelfde logica geldt binnen Suriname zelf.

Wie verdient aan goud, hout en grondstoffen uit traditionele leefgebieden? En wie blijft achter met vervuild water, kwikvergiftiging, verlies van bestaansmiddelen en aantasting van heilige plaatsen?

Zolang die vragen eerlijk worden beantwoord, wordt duidelijk dat de ongelijkheid waar Suriname internationaal tegen ageert, nationaal gewoon wordt gereproduceerd.

Suriname kan niet geloofwaardig pleiten voor klimaatrechtvaardigheid, terwijl het tegelijkertijd weigert om bindende stappen te zetten op het gebied van grondenrechten.

Zonder:

– volledige wettelijke erkenning van collectieve rechten 

– harde toepassing van FPIC, inclusief het recht om projecten te weigeren 

– en directe betrokkenheid van inheemse en tribale vertegenwoordigers in nationale én internationale besluitvorming

blijven woorden over rechtvaardigheid precies dat: woorden.

Geen beleid. Geen verandering. Geen rechtvaardigheid. Dit is niet alleen een moreel probleem, maar ook een strategisch risico. Internationale geloofwaardigheid is geen abstract begrip. Het bepaalt toegang tot klimaatfinanciering, partnerschappen en vertrouwen.

Een land dat naar buiten toe rechtvaardigheid claimt, maar die intern niet waarmaakt, ondergraaft zijn eigen positie.

Suriname staat op een kruispunt. Het kan blijven investeren in een aantrekkelijk verhaal voor de buitenwereld, terwijl het intern fundamentele rechten blijft uitstellen. Of het kan eindelijk de consequenties trekken van zijn eigen woorden.

Rechtvaardigheid is geen exportproduct. Als Suriname serieus genomen wil worden als kampioen van klimaatrechtvaardigheid, dan moet het eerst recht doen aan de mensen die al eeuwenlang die rechtvaardigheid belichamen.

Alles minder is geen leiderschap.

Het is façade.

Earl Gerard Sabajo

error: Kopiëren mag niet!