In Suriname bestaat een bijzonder natuurverschijnsel: de staatsadviseur. Geen gekozen functie, geen duidelijke taak, maar wel een stoel, een auto, een salaris en een airco die altijd werkt. Een politieke spookfunctie met ministeriële luxe, bedacht in de tijd van Jules Wijdenbosch om iemand een titel te geven zonder hem echt macht te geven. Of juist om hem stil te houden.
Toen Desi Bouterse die titel kreeg, duurde het niet lang. Hij vloog eruit. Invloed werd gevaarlijk. De stoel bleek geen troon, maar een klapstoel met een eject-knop.
Sindsdien is de staatsadviseur geëvolueerd. Niet langer tijdelijk, maar comfortabel permanent. Een soort politieke pensioenregeling voor wie nog leeft. Ministers zonder ministerie. Macht zonder verantwoordelijkheid. Advies zonder vraag.
Nu verschijnt Ramon Abrahams in dat decor. Voormalig minister. Verloren interne strijd. Ooit concurrent van Jennifer Simons. Vandaag: staats adviseur. Of beter: decorstuk met geschiedenis.
De redenering is simpel. Wie je niet kwijt kunt, parkeer je. Wie je niet vertrouwt, geef je een titel. Wie je niet nodig hebt, geef je een kantoor. En wie betaalt? Het volk. Altijd het volk. De rekening komt zonder advies.
Eerder zat ook Gregory Rusland op zo’n stoel. Tot zijn partij zei: genoeg. Gratis faciliteiten verdwenen sneller dan politieke principes tijdens coalitiegesprekken.
En dan de logica van macht: een president die zegt vast te zitten aan een contract van Salaam Somohardjo. Alsof het staatshoofd een huurcontract heeft getekend bij de geschiedenis en de sleutels kwijt is. Onzin. Macht die zegt dat ze machteloos is, liegt of speelt toneel.
De staatsadviseur blijft dus bestaan. Niet als functie, maar als symptoom. Een systeem dat mensen niet gebruikt om te werken, maar om te parkeren.
Advies? Niet nodig. De stoel weet alles al.
