Op de afdeling Interne Geneeskunde kijkt verpleegkundige Anita naar de klok en daarna naar haar patiënt. “Hij heeft medicatie nodig”, zegt ze droog, “maar volgens beleid krijgt hij eerst geduld.” De patiënt knikt zwak. Hij wacht al weken op een toelage die net zo onzichtbaar is als de beloofde oplossingen.
De Volksgezondheid-minister Misiekaba spreekt opnieuw. Nieuwe woorden, oude boodschap. Alsof een vers gelabelde injectie ineens een ander middel bevat. “We zijn ermee bezig”, klinkt het. Anita schudt haar hoofd. “Dat zeggen we hier ook niet tegen iemand met lage bloeddruk. Dan handelen we.”
In de satire van de werkvloer dient Anita een ‘innovatief’ middel toe: een spuit gevuld met geruststelling. Bijsluiter: geen bewezen werking, mogelijk bijwerkingen zoals frustratie en uitputting. “Blijf rustig, het komt goed”, zegt ze professioneel. De monitor piept onregelmatig.
“Geduld is geen medicijn”, noteert ze in het dossier. “Het stelt alleen uit.”
De patiënt vraagt of er echte behandeling komt. Anita antwoordt eerlijk: “In theorie wel. In de praktijk wachten we op levering.”
Buiten de kamer gaat het gesprek door. Beleidsplannen, trajecten, evaluaties. Binnen ligt iemand die geen plannen nodig heeft, maar actie. Anita sluit het dossier en zegt zacht: “Als woorden konden genezen, was deze afdeling leeg.”
