De minister van Openbare Werken stond serieus voor de camera en verklaarde dat de regen dit jaar vijf weken te vroeg was gekomen. Alsof de wolken eerst een aanvraag hadden moeten indienen bij het ministerie, inclusief stempel, dossiernummer en drie kopieën.
Volgens hem waren de riolen niet klaar omdat de planning uitging van “normale regen”. Wat normaal is, bleef onduidelijk. Misschien regen die netjes op afspraak valt, tussen negen en vier, zonder overuren.
Aan de andere kant van de stad stond een leerkracht in een lekkend lokaal. Hij keek naar het plafond dat meer water gaf dan de kraan thuis. Zijn overuren, al maanden geleden gewerkt, waren nog steeds niet betaald. Blijkbaar volgen salarissen een ander klimaat: langdurige droogte, met kans op nooit.
“De regen is te vroeg”, zei de minister.
“Mijn geld is te laat”, zei de leerkracht.
De straten stonden blank, de administratie stond stil en de verklaringen stroomden rijkelijker dan het water. In dit land is niets op tijd, behalve de problemen. Zelfs de natuur begint zich daar nu aan te ergeren en komt gewoon wanneer ze wil.
Planning is hier geen schema, maar een suggestie. En wachten is geen fase, maar een beleid.
