Twintig jaar praten. Twintig jaar koffie. Twintig jaar PowerPoint.
De goudsector groeit. Niet in regels. Niet in controle. Alleen in chaos.
Weer een zaal. Weer nette mensen. Weer woorden als duurzaam, inclusief, transitie. Iedereen knikt. Niemand doet iets. Buiten draait de machine. Illegaal. Hard. Zonder vergunning. Zonder belasting.
Binnen draait de projector. Legaal. Zacht. Zonder resultaat.
De mijnwerker hakt goud uit de grond.
De expert hakt zinnen uit een rapport.
Eén verdient geld. De ander verdient per diems.
De staat kijkt. De staat schrijft. De staat wacht.
Op wat? Op een donor. Altijd een donor.
Geen geld? Geen beleid. Geen beleid? Nieuwe meeting.
President zegt: ingewikkeld.
Vertaling: geen idee.
Nog een commissie. Nog een studie. Nog een reis.
Twee landen in één land.
De brave burger betaalt. Formulieren. Belastingen. Geduld.
De gangster betaalt niet. Alleen diesel. En soms een agent.
Wet is papier. Goud is macht.
Papier verliest altijd.
Instituten slapen. Of kijken weg. Of verdienen mee.
Niemand raakt het systeem aan. Het systeem bijt terug.
Dus wat leert de burger?
Wees netjes en wordt leeggezogen.
Wees agressief en wordt onaantastbaar.
Misschien is dat het nieuwe beleid.
Van belastingplicht naar junglelogica.
Van vergunning naar machete.
PlanetGold. Mooie naam.
Alsof de planeet iets geeft om rapporten.
De rivier wordt zwart. De lucht wordt stil. De zaal applaudisseert.
Nog een congres. Nog een foto. Nog een belofte.
De goudprijs stijgt. De moraal daalt.
Conclusie: in Suriname wordt goud gewonnen met machines en problemen opgelost met microfoons. De gangster graaft. De staat praat. En praten blijkt het enige dat hier echt goud waard is.
