De wereld brandt en Suriname plakt er een prijskaartje op. Terwijl de oorlog tussen Verenigde Staten, Israël en Iran de olieprijs opjaagt, doet Paramaribo alsof een “price cap” de natuurwetten kan herschrijven. Alsof geopolitiek buigt voor een regeringsnota.
De kern ligt niet in slogans, maar in de Straat van Hormuz. Dat is geen detail maar de slagader van de wereldolie. Ongeveer een vijfde van alle olie passeert daar dagelijks. Iran heeft daar invloed. Dat betekent dat elke raket, elke dreiging, elke blokkade direct vertaalt naar hogere prijzen wereldwijd. Geen persconferentie die dat stopt.
Toch kiest de regering voor cosmetica. Maximumprijzen, schuiven met “government take”. Het lijkt daadkracht, maar het is boekhoudkunde vermomd als beleid. De rekening verdwijnt niet, die verschuift. Vandaag bij de staat, morgen bij de economie.
En dan de uitspraak van vicepresident Gregory Rusland dat het “tijdelijk” is. Tijdelijk voor wie? Voor bedrijven die marges zien verdampen. Voor vissers die hun boot laten liggen omdat brandstof duurder is dan de vangst? Voor boeren die hun kosten zien stijgen terwijl de marktprijs dat niet volgt? Tijdelijk is een woord dat politici gebruiken wanneer ze geen controle hebben.
De realiteit is harder. Wanneer bedrijven breken, verdwijnen banen. Niet abstract, maar concreet. Kassamedewerkers, monteurs, chauffeurs. De economie is geen spreadsheet maar een keten. Breek één schakel en alles valt.
Wat ontbreekt is geen maatregel, maar begrip. Begrip dat prijscontrole zonder structurele dekking eindigt in schaarste, verlies en afhankelijkheid. Creativiteit is hier geen luxe maar noodzaak. Zonder dat wordt crisisbeheer gewoon crisisverlenging.
Suriname probeert de storm te stoppen met een paraplu van papier.
