Minister Currie stapt in businessclass. Richting Ghana. Voor kennis. Want kennis reist blijkbaar beter met handbagage dan via glasvezel. Zoom? Te goedkoop. Geen hotel. Geen daggeld. Geen selfies met internationale vlaggen.
Ghana biedt training aan. Niemand vraagt: gratis of factuur? De belastingbetaler knikt alvast ja. Stil. Zoals altijd.
Intussen roept men: “We willen geen buitenlandse arbeiders.” Mooi. Stoer. Alleen… olieplatforms draaien niet op slogans. Ze draaien op specialisten. Boormeesters. Subsea engineers. Drilling fluids experts. Safety officers die weten wat explosie betekent zonder het eerst te testen.
Suriname heeft ambitie. Maar geen leger van offshore professionals. Staatsolie heeft kennis, maar geen duizend man klaar voor deepwater operaties. Dat is geen mening. Dat is wiskunde.
Kijk naar Guyana. Meerdere platforms. Buitenlandse experts. Realiteit wint altijd van politiek theater.
Dus wat trainen we precies? PowerPoint? Of mensen die op 2000 meter diepte een blowout voorkomen?
De grap schrijft zichzelf. Een land dat olie wil, maar geen olie-arbeiders heeft. Een minister die reist voor kennis die al online staat.
Misschien is de echte export straks geen olie. Maar tickets.
