Dc Kanapé haalt fel uit naar president Ali: “Bijzonder brutaal en onnodig via social media”

De openbare uithaal van de Guyanese president Irfaan Ali over Surinaamse heffingen op de Corantijnrivier heeft in Suriname direct tot scherpe reacties geleid. Districtscommissaris van Tapanahoni en voormalig ABOP-fractieleider in De Nationale Assemblée Obed Kanapé, noemt de toon van Ali “bijzonder brutaal” en vindt dat een dergelijk diplomatiek gevoelig onderwerp niet thuishoort op social media, maar aan de onderhandelingstafel.

Zijn reactie komt nadat Ali publiekelijk liet weten dat Guyana formeel protest heeft aangetekend tegen de Surinaamse heffingen die vooral hout- en steenslagoperators zouden raken.

Brutaal 

Volgens Kanapé, die ook via social media reageerde, ondermijnt een presidentiële verklaring via Facebook en X juist de weg van diplomatie en wederzijds overleg. “Een bericht als deze hoort helemaal niet op social media. Het ondermijnt de weg van diplomatie en dialoog. Zeer brutale taalgebruik”, stelt hij zichtbaar geërgerd. Daarmee verwoordt hij een sentiment dat in Suriname vaker leeft zodra Guyana zich publiekelijk uitlaat over kwesties rond de Corantijnrivier, een dossier dat historisch, juridisch en politiek bijzonder gevoelig ligt.

In zijn verklaring schrijft Ali dat hem ter ore was gekomen dat de Surinaamse autoriteiten heffingen hebben ingesteld voor het gebruik van de Corantijnrivier, in het bijzonder voor hout- en quarry-operators. Guyana zou hierover inmiddels formeel protest hebben aangetekend en wacht naar eigen zeggen op een reactie van Paramaribo. Ali koppelde daaraan meteen een bredere politieke boodschap: maatregelen van deze aard zouden volgens hem de handel, private sectorontwikkeling en de goede buurrelatie tussen beide landen kunnen schaden. Ook verwees hij nadrukkelijk naar “reciprocity” of wederkerigheid als basisprincipe in de relatie met Suriname.

Balans

De reactie van Kanapé is meer dan een losse Facebook-opmerking. Ze past in een bredere Surinaamse politieke reflex waarin leiders en bestuurders waarschuwen tegen het normaliseren van buitenlandse druk op nationale bevoegdheden. Zeker vanuit ABOP-hoek, waar nationale waardigheid, grensbewaking en institutionele weerbaarheid vaak stevig worden benadrukt, wordt een dergelijke publieke uiting van Ali al snel gezien als ongepast en provocerend. 

Voor de Surinaamse regering ligt hier nu een lastige balans. Enerzijds zal Paramaribo diplomatiek moeten reageren op het formele Guyanese protest, zeker als het om tarieven of vergunningsstructuren gaat die invloed hebben op grensoverschrijdende bedrijvigheid.

Anderzijds kan een te zwakke of te voorzichtige reactie in eigen land worden uitgelegd als het prijsgeven van gezag over een rivier die in Suriname nog altijd als nationaal gevoelig gebied wordt beschouwd. 

error: Kopiëren mag niet!