Hij geeft terug zegt DNA-lid Reyme.
Zij geven terug. Zeggen ze allemaal.
Een koor van teruggevers. Zonder bon. Zonder bewijs. Zonder schaamte.
De samenleving kijkt. Rekent. Ziet het verschil.
Minimumloon kruipt. DNA-salaris sprint.
Geen wedstrijd. Wel een kloof.
“Een groot deel gaat naar de gemeenschap.”
Welke gemeenschap? Waar? Wanneer? Hoeveel?
Vragen verdwijnen sneller dan het geld.
Twee DNA-leden willen aanpassen.
Twee. De rest? Druk bezig met uitstellen.
Haast is voor burgers. Niet voor salarissen.
Dan komt het verhaal. Altijd een verhaal.
“Het kan pas voor het volgende parlement.”
Natuurlijk. Alles kan. Behalve nu.
De truc is simpel.
Niet willen is beleid.
Uitstellen is strategie.
Verhalen zijn dekking.
Intussen groeit het bedrag. Stil. Zeker.
Los van realiteit. Los van het volk.
Een salaris dat geen spiegel kent.
Meer verdienen dan je waarde?
Ze noemen het functie.
De straat noemt het iets anders.
Geen crisis daar. Geen bezuiniging daar.
Alleen woorden. Veel woorden.
En een hand die zegt te geven. Maar blijft nemen.
Het systeem is netjes. Juridisch correct.
Moreel failliet.
De burger betaalt. Zwijgt. Kijkt.
Tot kijken niet meer genoeg is.
Dan stopt het verhaal.
Dan stopt het “teruggeven”.
Dan begint de rekening.
