In 2018 werd op Schiphol €19,5 miljoen in contanten in beslag genomen. Het geld kwam van drie Surinaamse banken en was onderweg naar Hongkong. Het Nederlandse Openbaar Ministerie, OM, vermoedde schuldwitwassen, omdat er te weinig controle zou zijn geweest op de herkomst van het geld via wisselkantoren.
Jarenlang gebeurde er weinig. Waarom pas in 2026 een schikking? Volgens informatie uit het netwerk lag de kern van het probleem in 2019. De Centrale Bank van Suriname stelde toen dat zij immuniteit heeft. Dat betekent dat zij vond dat Nederland het geld niet mocht vasthouden of onderzoeken. Hierdoor ontstond een patstelling. Geen van beide partijen kon eenvoudig verder, waardoor de zaak richting de rechter ging. Dat kost tijd, geld en brengt onzekerheid.
Wat niet direct wordt verteld, is dat de uiteindelijke oplossing niet van de Centrale Bank van Suriname kwam. Er is geen aanwijzing dat zij haar standpunt heeft veranderd. Het initiatief kwam van de drie banken zelf. Eén bank begon via een advocaat in Nederland gesprekken met het Openbaar Ministerie. Het OM wilde alleen praten als alle drie banken meededen. Dat gebeurde vervolgens.
De schikking werd dus gesloten met de banken, niet met de Centrale Bank van Suriname, die alleen het transport had geregeld. De banken erkenden geen schuld, maar betaalden wel bedragen om de zaak af te sluiten. Daarmee voorkomen zij een lange rechtszaak met onzekere uitkomst.
De kern is dat deze oplossing vooral praktisch is. De banken kozen voor zekerheid in plaats van risico. Het officiële verhaal spreekt over afronding en samenwerking, maar de realiteit is dat jarenlange juridische blokkades en strategische keuzes van betrokken partijen hebben geleid tot deze uitkomst.
