Koopkrachtversterking vraagt om duidelijke criteria

De regering onder leiding van president Jennifer Simons heeft maatregelen aangekondigd om de koopkracht van ambtenaren, AOV’ers en andere kwetsbare groepen te versterken. Concreet gaat hem om maandelijkse bijdragen die oplopen van SRD 1000 naar SRD 1500 voor ambtenaren in de loop van 2026, terwijl AOV’ers tijdelijk extra bedragen ontvangen.

Tegelijkertijd is gesteld dat hogere functionarissen zoals ministers, Assembleeleden en directeuren op ministeries  uitgesloten zijn van deze regeling. Dat klinkt rechtvaardig maar roept een belangrijk probleem op, met name de controleerbaarheid. Het is voor de samenleving namelijk niet na te gaan wie precies als hogere functionarissen worden aangemerkt en wie dus buiten de regeling valt. 

Transparantie is essentieel bij sociale maatregelen die de hele samenleving raken. Een concreet criterium bijvoorbeeld op basis van de netto bezoldiging zou dit probleem kunnen oplossen.  Stel dat de regering had bepaald dat iedereen met een netto inkomen van bijvoorbeeld boven de SRD 50.000 geen recht heeft op koopkrachtversterking. Zo’n grens is objectief, meetbaar en controleerbaar.

De  netto bezoldiging, het bedrag dat een werknemer daadwerkelijk op zijn rekening ontvangt, na belastingen en inhoudingen, is daarbij cruciaal. Het voorkomt discussies over functies en richt zich direct op de financiële draagkracht  en het besteedbaar inkomen van individuen.

De huidige regeling is sociaal bedoeld en broodnodig, vooral vanwege de sterke koopkrachtdaling van de afgelopen tijd. Maar zonder heldere en toetsbare criteria blijft er ruimte voor wantrouwen. Juist in economisch kwetsbare tijden moet beleid helder en rechtvaardig zijn.

error: Kopiëren mag niet!