Adhin verwerpt label ‘ex-veroordeelde’

De kwalificatie ‘ex-veroordeelde’ die in het publieke debat werd gebruikt door Eugène van der San voor oud-vicepresident en huidig Assemnbleevoorzitter Ashwin Adhin, heeft opnieuw geleid tot scherpe reacties. Adhin zelf noemt de term “juridisch onjuist en misleidend” en wijst op de uitkomst van zijn strafzaak. Tegelijkertijd blijft de zogeheten staatban-kwestie politiek en maatschappelijk beladen, waarbij juridische feiten en publieke perceptie steeds door elkaar lijken te lopen. 

De zaak tegen Adhin ontstond enkele jaren geleden naar aanleiding van beschuldigingen rond het gebruik en beheer van staatsmiddelen tijdens zijn vicepresidentschap.

Het Openbaar Ministerie (OM) stelde dat er sprake was van onregelmatigheden en bracht de zaak voor de rechter. In eerste aanleg werd Adhin echter volledig vrijgesproken. In hoger beroep verklaarde het Hof van Justitie het OM niet-ontvankelijk, waarmee de vervolging strandde. Juridisch betekent dit dat er geen sprake is van een veroordeling met rechtskracht.

Onjuist

Adhin stelt dan ook dat het gebruik van de term ‘ex-veroordeelde’ feitelijk onjuist is. “Er bestaat geen enkele rechterlijke uitspraak waarin ik ben veroordeeld. Integendeel: ik ben vrijgesproken en de vervolging is uiteindelijk niet ontvankelijk verklaard”, aldus de politicus. Volgens hem wordt met dergelijke kwalificaties niet alleen zijn naam geschaad, maar wordt ook een verkeerd beeld gecreëerd van hoe het rechtssysteem functioneert. 

Toch ligt de kwestie genuanceerder in het publieke debat. Juridisch mag dan geen sprake zijn van een veroordeling, politiek en maatschappelijk is de zaak nooit volledig uit de schaduw verdwenen. Critici wijzen erop dat de niet-ontvankelijkheid van het OM geen inhoudelijke vrijspraak in hoger beroep betekent, maar een procedurele beslissing. Daarmee blijft, in de ogen van sommigen, ruimte bestaan voor interpretatie en twijfel, vooral gezien de ernst van de oorspronkelijke beschuldigingen.

Werkelijkheid

Deze spanning tussen juridische werkelijkheid en publieke beeldvorming is niet nieuw in Suriname. In meerdere gevoelige dossiers is gebleken dat vrijspraak of het stranden van een zaak niet automatisch leidt tot rehabilitatie in de publieke opinie. Politieke tegenstanders en delen van de samenleving blijven vaak vasthouden aan eerdere verdenkingen, terwijl juristen benadrukken dat alleen een onherroepelijke veroordeling iemand tot ‘veroordeelde’ maakt. 

De kern van de huidige discussie raakt dan ook aan een principiële vraag: in hoeverre mogen politieke en maatschappelijke interpretaties afwijken van strikt juridische feiten? Adhin zelf is daar duidelijk over: “Iedereen heeft recht op een mening, maar niemand heeft het recht om juridische onjuistheden als feiten te presenteren.”

error: Kopiëren mag niet!