De Stichting 1 voor 12 vierde zondag 22 maart haar 21-jarig bestaan, een mijlpaal die onlosmakelijk verbonden is met de naam Louis Vismale. Als voorzitter en drijvende kracht zet hij zich al decennialang in voor de meest kwetsbaren in de Surinaamse samenleving; van dak- en thuislozen tot gezinnen die dagelijks worstelen om rond te komen.
De doelstelling van de stichting is om mensen in nood te helpen, zonder eigenbelang. Al 21 jaar lang gebeurt dat met een inzet die door de gemeenschap breed wordt gewaardeerd. Minder vanzelfsprekend is de ondersteuning vanuit de overheid, die volgens Vismale achterblijft. Toch laat hij zich daardoor niet ontmoedigen. Zijn werk gaat onverminderd door, gedreven door de overtuiging dat solidariteit het verschil maakt.
Ter gelegenheid van het jubileum werden verschillende goede doelen ondersteund. Daklozen in Paramaribo kregen warme maaltijden, terwijl kinderen van Huize Ramoth werden getrakteerd op een gezellig etentje. Ook het tehuis zelf kon rekenen op een financiële bijdrage. Het zijn momenten van verlichting voor mensen die het hard nodig hebben, al benadrukt Vismale dat structurele oplossingen noodzakelijk blijven.
Dagelijks melden hulpbehoevenden zich bij zijn kantoor. Ondanks beperkte middelen probeert hij zoveel mogelijk mensen te helpen. Het broodjesproject, ooit actief op zes scholen in Para, is door geldgebrek teruggebracht tot één school: de Wilhelmus lagere school in Powakka. Toch blijft hij zoeken naar manieren om zijn impact te behouden.

Zijn grootste zorg is de groeiende daklozenproblematiek en het tekort aan betaalbare huisvesting in Suriname. Sinds de oprichting heeft de stichting ongeveer twintig mensen aan een woning geholpen. Vismale pleit voor samenwerking met de overheid om armoede effectief aan te pakken. Hij is met zijn stichting in staat betaalbare woningen te bouwen voor de sociaal zwakkeren. Ook heeft hij plannen besproken met de overheid voor de opvang, huisvesting en werkgelegenheid voor dak- en thuislozen, maar wacht nog steeds op een reactie.
Voor hem is duidelijk dat alleen voedsel en pakketten verstrekken niet genoeg is. Duurzame verandering vraagt om gezamenlijke inspanning en gerichte investeringen vanuit de beleidsmakers. “Samen zijn wij sterk”, blijft zijn overtuiging.
