Men zegt: wees groot genoeg om te vergeven. Dat klinkt nobel, bijna spiritueel. En ja, vergeving is gezond — voor het hart, voor de bloeddruk, en voor de nachtrust. Maar ergens tussen vergeven en vergeten woont een gevaarlijke valkuil: opnieuw vertrouwen, vooral wanneer het gaat om de speciale politieke exemplaren.
Deze soort heeft een uniek talent. Ze struikelen over hun eigen beloften, staan op, vegen het stof van hun pak, en vragen vervolgens om een tweede kans — met exact dezelfde glimlach. Vergeving nemen ze dankbaar aan, alsof het een herverkiezingsbonus is. Vertrouwen? Dat beschouwen ze als hernieuwbaar kapitaal.
De burger vergeeft, want boos blijven is vermoeiend. Maar slim is hij wanneer hij onthoudt. Want wie gisteren zonder schaamte loog, zal morgen met overtuiging herhalen dat het “uit context” was.
Vergeven is wijsheid.
Maar vertrouwen zonder geheugen?
Dat is geen compassie — dat is beleid zonder toezicht.
