Oorlog, olie en voedsel: waarom Suriname toch prijsstijgingen kan verwachten

Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie stelt dat er voorlopig geen reden is tot paniek over prijsstijgingen in de winkels. Volgens hem zijn er voldoende voorraden basisgoederen aanwezig en volgen importeurs de internationale ontwikkelingen rond de oorlog in het Midden-Oosten nauwlettend. 

Maar achter die geruststellende woorden schuilt een harde economische realiteit die veel breder is dan alleen de twintig officiële basisproducten.

Een landbouwexpert wijst erop dat voedselproductie wereldwijd sterk afhankelijk is van energie. “Landbouw draait op diesel. Tractoren, irrigatiepompen, transport, koeling – alles werkt op brandstof. Als olie duurder wordt, wordt voedsel automatisch duurder. Dat is een natuurwet van de economie.”

In verschillende delen van Azië zijn de eerste signalen al zichtbaar. In Bangladesh hebben rijstboeren moeite om diesel te vinden voor irrigatiepompen. In de Filipijnen vrezen vissers dat hun boten binnenkort in de haven moeten blijven omdat brandstof te duur wordt. Wanneer zulke productielanden minder produceren of hogere kosten hebben, stijgen uiteindelijk ook de internationale voedselprijzen.

Suriname is bijzonder kwetsbaar voor zulke schokken. Een groot deel van de voedselproducten in de winkels komt via scheepvaart uit CARICOM-landen, de Verenigde Staten en Europa. Zodra transportkosten stijgen door duurdere brandstof, wordt elke container met voedsel automatisch duurder. Dat werkt rechtstreeks door in de prijzen voor consumenten.

De landbouwexpert benadrukt dat ook de lokale productie geraakt wordt. “Veel mensen denken dat lokale landbouw een bescherming is tegen wereldcrises. Maar onze boeren gebruiken ook diesel voor machines, waterpompen en transport naar de markt. Als olie stijgt, stijgt ook de prijs van lokaal geproduceerde groenten, rijst en vis.”

Vooral de visserijsector kan zwaar worden getroffen. Brandstof is daar vaak de grootste kostenpost. Wanneer diesel duurder wordt, moeten vissers kiezen: hogere verkoopprijzen of minder uitvaren. Beide scenario’s betekenen uiteindelijk minder betaalbare vis op de markt.

Een bankanalist kijkt naar de bredere economische gevolgen. “De minister praat over basisgoederen, maar het leven bestaat niet uit twintig producten. Zodra transport en energie duurder worden, stijgen prijzen in vrijwel alle sectoren: voedsel, bouwmaterialen, transport en diensten. Inflatie werkt als een domino-effect.”

Volgens deze analist moeten de ministeries van Economische Zaken en Landbouw nu al wekelijkse berekeningen maken van de extra kosten door hogere olieprijzen. Alleen zo kan de regering tijdig ingrijpen.

Daarnaast is een ander risico nauwelijks besproken: mogelijke brandstoftekorten. Wanneer internationale leveringen onder druk komen te staan, kan ook de benzinevoorziening kwetsbaar worden.

De boodschap van de experts is duidelijk: geruststellende woorden zijn niet genoeg. De regering moet nu vooruitkijken, voorraden monitoren en scenario’s doorrekenen. In een wereld waarin oorlog olie en voedsel tegelijk raakt, kan economische naïviteit duur uitpakken voor de bevolking.

error: Kopiëren mag niet!