Wanneer olie 103 dollar kost, voelt de kleine man dat het eerst

De oorlog in het Midden-Oosten heeft de wereldwijde olieprijs opnieuw omhoog geduwd. Een vat olie werd maandag 9 maart verhandeld voor ongeveer 103 Amerikaanse dollar. Eén vat olie bevat ongeveer 159 liter. Dat lijkt een technisch detail, maar het bepaalt hoeveel benzine, diesel en andere brandstoffen uiteindelijk duurder worden.

Grote landen proberen de schade te beperken. Zij denken eraan om hun strategische olievoorraden vrij te geven om de markt te kalmeren. Dat zijn enorme reserves die jaren geleden zijn opgeslagen voor crisissituaties. Maar wat voor grote economieën een moeilijke beslissing is, kan voor kleine landen een echte schok zijn.

Suriname heeft wel een voordeel: het land heeft met Staatsolie Maatschappij Suriname een eigen olieproducent. Een deel van de brandstoffen blijft in het land en een ander deel wordt geëxporteerd. Toch worden de prijzen hier meestal aangepast aan de internationale markt.

Volgens een olie-expert is dat moeilijk te vermijden. “Olie wordt wereldwijd verhandeld. Als de prijs stijgt, voelen ook kleine landen dat. Zelfs als je zelf olie produceert, moet je rekening houden met de wereldmarkt.”

President Jennifer Simons heeft nog geen noodmaatregelen aangekondigd. Eén optie is om te bekijken of een deel van de olie van Staatsolie tijdelijk tegen een lagere prijs beschikbaar kan worden gemaakt voor de lokale markt. Een andere mogelijkheid is het verlagen of tijdelijk schrappen van de zogenoemde government take, een extra heffing op brandstof.

Volgens experts is de ruimte voor zulke maatregelen klein. De staatsinkomsten zijn al beperkt en elke belastingverlaging betekent minder geld voor de overheid.

Voor gewone burgers klinkt dat allemaal ingewikkeld. Maar hun probleem is eenvoudig.

Een buschauffeur in Paramaribo zegt het zo: “Elke keer dat olie duurder wordt, wordt alles duurder. Benzine, transport, eten. Mijn salaris blijft hetzelfde. Hoe moet een gewoon gezin dat blijven betalen?”

Zo verandert een oorlog ver weg in een rekening die uiteindelijk bij de burger op tafel belandt. In kleine economieën voelt men die schok vaak het hardst.

error: Kopiëren mag niet!