In Miami, Florida (VS), kwamen zeventien landen samen om een nieuw plan te maken tegen drugskartels. Deze criminele groepen verdienen miljarden met drugs, wapens en mensenhandel. Volgens regeringsleiders zijn de kartels zo machtig geworden dat sommige staten moeite hebben om ze te stoppen. Daarom willen landen nu militair samenwerken, informatie delen en gezamenlijke operaties uitvoeren.
Maar Suriname zat niet aan tafel.
Dat is opvallend. President Jennifer Simons heeft meerdere keren gezegd dat zware criminaliteit groeit, vooral in het binnenland. Veel van die misdaad heeft te maken met drugs. In de afgelopen jaren zijn in Suriname zelfs twee zogenaamde drugsonderzeeërs gevonden. Ook zijn er meerdere keren kleine vliegtuigen onderschept die vermoedelijk drugs vervoerden via junglelandingsbanen.

“Suriname ligt op een strategische plek tussen Zuid-Amerika en Europa. Dat maakt het aantrekkelijk voor drugstransport. Kleine vliegtuigen, boten en zelfs duikboten kunnen moeilijk worden opgespoord in dichte bossen en rivieren.”
Een fictieve DEA-expert in dit verhaal zegt:
Volgens openbare Amerikaanse veiligheidsrapporten wordt Suriname al jaren genoemd als transitland voor cocaïne uit Zuid-Amerika. De drugs gaan via de Caribische regio naar Europa of Noord-Amerika. Internationale organisaties waarschuwen dat landen met grote bossen, weinig controleposten en zwakke grensbewaking extra risico lopen.
Toch heeft geen enkele Surinaamse regering officieel grootschalige hulp gevraagd van Amerikaanse instanties zoals de DEA.
In de satire klinkt het alsof niemand dat echt wil. Want waar drugs zijn, daar zijn ook grote winsten. En waar grote winsten zijn, verschijnen vaak stille vrienden die liever geen vragen stellen.
De DEA-expert besluit droog:
“Drugskartels houden van stilte. Internationale samenwerking maakt lawaai. Misschien is dat precies het probleem.”
