“Ramesh… jij rijdt nog steeds taxi?”
De chauffeur schrikt wanneer hij die naam hoort. Het is niet de eerste keer dat iemand zich vergist, maar deze stem zegt het met zekerheid. Met herinnering.
Hij kijkt in de spiegel. Een oudere vrouw, grijs haar strak naar achteren, ogen vol herkenning.
“Mevrouw, ik heet geen Ramesh”, zegt hij voorzichtig.
Ze glimlacht. “Je hoeft je niet te schamen. Je was altijd stil. Net als nu.”
Ramesh was zijn vader. Tien jaar dood. TaxiÂchauffeur tot zijn laatste dag. De man slikt. Zijn handen trillen licht aan het stuur.
De vrouw begint te praten. Over ritten van vroeger. Over hoe Ramesh haar elke woensdag naar de markt bracht. Hoe hij altijd wachtte tot ze veilig binnen was. Details die niemand anders kon weten.
Bij haar huis stapt ze uit. Ze legt geld neer, raakt even zijn arm aan.
“Dank je, Ramesh.”
De deur sluit. De man blijft zitten.
Voor het eerst voelt hij niet dat hij in zijn vaders schaduw leeft…
maar dat hij hem even heeft geleend.
