Als we de recente ontwikkelingen bij enkele Surinaamse staatsbedrijven volgen, kunnen we moeilijk volhouden dat het slechts om normale bestuursgeschillen gaat. Wat zich afspeelt bij de Energiebedrijven Suriname (EBS), Grassalco, maar ook in bredere zin bij instellingen als het SZF en de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS), vertoont een bepaald patroon.
De onderhuidse strubbelingen tussen directies en raden van commissarissen die gelieerd zijn aan de twee grootste coalitiepartijen worden zichtbaar. De overige coalitiepartijen zwijgen voorlopig.
Het meest zichtbare voorbeeld is momenteel de EBS. Daar heeft de Raad van Commissarissen (RvC) ingegrepen nadat de interne verhoudingen binnen de directie volledig waren ontspoord. Volgens documenten van de RvC is er sprake van een “onhoudbare situatie”, waarbij een escalatie in februari ertoe heeft geleid dat er zelfs geen reguliere directievergaderingen meer plaatsvinden. Een staatsbedrijf waar de directie niet meer rond dezelfde tafel kan zitten met de RvC, is meer dan een managementprobleem. Het wijst op een politieke cultuur waarin loyaliteit buiten het bedrijf ligt.
Bij Grassalco speelt een andere maar even veelzeggend patroon. Daar lopen onderzoeken naar financiële kwesties en zijn er openlijke beschuldigingen en juridische dreigingen tussen de bestuurders. Zo suggereerde een invloedrijke coalitievoorzitter recent dat persoonlijke motieven mogelijk een rol spelen bij het optreden van de president-commissaris van het bedrijf. Het beeld wordt grimmiger als partijbonzen zich met scherpe bewoordingen in bedrijfsconflicten mengen.
Het opmerkelijke is dat dit alles gebeurt binnen één coalitie. De concurrentie tussen de twee grootste partijen schijnt zich te verplaatsen naar de bestuurskamers van staatsbedrijven met botsende belangen, ambities en invloedssferen .
Het gevolg is bestuurlijke verlamming. Vergaderingen worden geboycot, besluiten worden geblokkeerd en dossiers blijven liggen. Voor de samenleving is dit een zeer ongewenste ontwikkeling.
