Tijdens een persconferentie op vrijdag 6 maart heeft president Jenny Simons aangekondigd dat de regering middelen beschikbaar stelt voor verschillende sectoren.

De nadruk ligt volgens haar op gezondheidszorg, onderwijs, woningbouw, digitalisering en maatregelen om de koopkracht van burgers enigszins te versterken. Hoewel deze plannen volgens analisten belangrijke stappen kunnen zijn, wijzen economen erop dat de effectiviteit uiteindelijk zal afhangen van de structurele economische keuzes die nog gemaakt moeten worden.
In de gezondheidszorg wil de regering vooral investeren in acute zorg. Daarbij gaat het om de verbetering van de Spoedeisende Hulp, intensive care-afdelingen, operatiekamers en de beschikbaarheid van medicijnen. Volgens de regering moet dit ervoor zorgen dat ziekenhuizen beter voorbereid zijn op noodsituaties en dat patiënten sneller geholpen kunnen worden.
Ook het onderwijs staat op de agenda. Veel schoolgebouwen in Suriname zijn verouderd en hebben dringend onderhoud nodig. Daarom zal een renovatieprogramma voor scholen worden gestart. Daarnaast wordt het bestaande schoolvoedingsprogramma uitgebreid. Niet alleen kinderen in de stad, maar ook leerlingen in het binnenland zullen maaltijden krijgen op school. De regering wil bovendien experimenteren met een zogenoemde pre-pilot waarbij schoolvoeding meer met lokale producten wordt georganiseerd. Het idee is dat boeren en lokale producenten hiervan kunnen profiteren, terwijl kinderen tegelijkertijd toegang krijgen tot voedzame maaltijden.
Een ander belangrijk onderdeel van het beleid is woningbouw. Het woningbouwfonds zal opnieuw worden geactiveerd, zodat burgers via banken leningen kunnen krijgen tegen relatief lage rentepercentages, zoals drie of vijf procent. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid voor hypotheken rond zeven procent.
Volgens de regering zal de staat zich vooral richten op het voorbereiden van bouwterreinen, inclusief infrastructuur zoals wegen, elektriciteit en water. Daarna kunnen burgers zelf hun woningen bouwen. De regering schat dat Suriname momenteel een tekort heeft van ongeveer 30.000 woningen.
Naast deze sociale programma’s wil de regering ook de digitalisering van de overheid versnellen. Vooral de douane en de belastingdienst staan hierbij centraal. Door digitalisering hoopt de overheid efficiënter te werken en tegelijkertijd meer inkomsten voor de staat te genereren. Volgens de president hebben enkele digitaliseringsmaatregelen al geleid tot hogere staatsinkomsten.
Verder voert de regering gesprekken met vakbonden over maatregelen om de koopkracht van burgers te verbeteren. Door devaluatie en inflatie van de afgelopen jaren zijn lonen sterk in waarde gedaald. De regering heeft aangegeven dat directe grote loonsverhogingen moeilijk zijn omdat dit de economie opnieuw onder druk kan zetten. Daarom wordt gekeken naar andere oplossingen, zoals het verhogen van belastingschijven en tijdelijke toelagen voor ambtenaren. Voorlopig wordt gedacht aan een koopkrachtmaatregel tussen SRD 1.000 en SRD 1.500. Ook verhogingen van AOV en kinderbijslag worden besproken. Daarnaast wil de regering voor ongeveer twintig basisgoederen belastingen en invoerrechten verlagen om de prijzen te stabiliseren.
Hoewel deze plannen volgens veel burgers hoop geven, benadrukken economen dat belangrijke elementen in het beleid nog onvoldoende uitgewerkt zijn.
Econoom dr. Harold Autar merkt op dat veel van de aangekondigde maatregelen vooral gericht zijn op uitgaven en sociale ondersteuning, terwijl structurele economische hervormingen minder duidelijk naar voren komen.
Volgens Autar ontbreekt bijvoorbeeld een duidelijke strategie voor duurzame staatsinkomsten. “Het verhogen van inkomsten via digitalisering van de belastingdienst is belangrijk, maar dat alleen is niet voldoende. De kernvraag blijft hoe Suriname structureel meer productie en export kan ontwikkelen”, stelt hij.
Ook wijst hij op de rol van de natuurlijke hulpbronnen. De regering heeft aangegeven dat er gekeken wordt naar de goud- en houtsector omdat er volgens haar te weinig inkomsten uit deze sectoren naar de staat vloeien. Volgens Autar is dit een belangrijk punt, maar moet het beleid verder gaan dan tijdelijke maatregelen. “Als er geen duidelijke hervorming komt in de regulering van goudwinning, royalty’s en exportcontrole, blijft een groot deel van de waarde van deze sector buiten de staatskas.”
Daarnaast stelt de econoom dat economische groei uiteindelijk afhankelijk is van productiviteit en investeringen in de private sector. “Sociale programma’s zoals woningbouw, schoolvoeding en armoedebestrijding zijn belangrijk, maar ze moeten gekoppeld worden aan economische productie. Zonder groeiende productie kan de overheid deze programma’s op lange termijn moeilijk financieren.”
Ook op het gebied van woningbouw ziet hij uitdagingen. Het voorbereiden van infrastructuur is volgens hem noodzakelijk, maar vraagt aanzienlijke investeringen van de staat. “De vraag is hoe deze projecten gefinancierd worden zonder dat de staatsschuld opnieuw oploopt.”
Volgens Autar ligt de kern van het beleid uiteindelijk in het herstellen van vertrouwen in de economie. Dat betekent volgens hem stabiliteit in monetair beleid, duidelijke regels voor investeerders en een transparante aanpak van staatsinkomsten.
De aangekondigde plannen tonen volgens waarnemers dat de regering probeert een balans te vinden tussen sociale ondersteuning en economische stabiliteit. Toch blijft volgens economen de vraag of de huidige maatregelen voldoende zijn om de structurele problemen van de Surinaamse economie op lange termijn op te lossen.
