Een rover komt ’s nachts. Hij draagt geen pak. Hij heeft geen logo en geen slogan. Hij zegt niet dat hij je toekomst veiliger maakt. Hij pakt wat hij wil en vertrekt. Dat is tenminste eerlijk in zijn bedoeling.
De overheid doet het netter. Zij spreekt over hervormingen, solidariteit en tijdelijke maatregelen. Zij legt uit dat hogere belastingen nodig zijn voor stabiliteit. Nieuwe heffingen heten investeringen. Bezuinigingen heten efficiëntie. Ondertussen merkt de burger dat zijn koopkracht daalt en zijn rekeningen stijgen.
Stel een gezin in Paramaribo. De prijzen van brandstof en basisproducten stijgen. Er komt een nieuwe belasting op diensten. De uitleg luidt dat dit nodig is voor ontwikkeling. Het gezin vraagt zich af waar die ontwikkeling zichtbaar is. De school van hun kind heeft nog steeds te weinig leermiddelen. De wachttijd in het ziekenhuis blijft lang.
De rover vraagt geen vertrouwen. De overheid wel. De rover zegt niet dat hij het voor je eigen bestwil doet. De overheid benadrukt dat het offer tijdelijk is. Alleen lijkt dat tijdelijke offer telkens terug te keren in een nieuw jasje.
Misschien is het grootste verschil dus niet wie het geld neemt, maar wie daarbij applaus verwacht.
