Duizenden mensen woonden de begrafenis bij van 165 meisjes en medewerkers die gedood werden bij een luchtaanval op de Shajareh Tayyebeh-basisschool in de stad Minab, in het zuiden van Iran. Bijna alle slachtoffers waren meisjes tussen zeven en twaalf jaar oud.
De Iraanse regering stelt dat de aanval is uitgevoerd door de Verenigde Staten en Israël. Deze aanval vond plaats op de eerste dag van gezamenlijke militaire acties tegen Iran en wordt gezien als het dodelijkste incident tot nu toe.

Het Israëlische leger verklaarde dat het niet op de hoogte was van een aanval in dat gebied. Tijdens eerdere conflicten, zoals in Gaza, ontkende Israël ook betrokkenheid bij aanvallen op burgers, maar kwam later soms terug op die verklaringen wanneer er bewijs naar buiten kwam.
Minab ligt in de provincie Hormozgan. Dit gebied is militair belangrijk omdat het uitkijkt over de Straat van Hormuz. Via deze zeestraat wordt veel olie vervoerd. De Iraanse Revolutionaire Garde, vooral de marine-eenheid, is daar actief. Deze eenheid gebruikt snelle boten, drones en raketten om vijandelijke schepen te kunnen aanvallen of handelsroutes te verstoren.
Volgens openbare bronnen is de school verbonden aan een netwerk van scholen die administratief gelinkt zijn aan de marine van de Revolutionaire Garde. Deze scholen zijn bedoeld voor kinderen van militair personeel. Toch blijft een school in de eerste plaats een plek voor onderwijs.
UNESCO en onderwijsactiviste Malala Yousafzai veroordeelden de aanval. Volgens het internationaal humanitair recht is het bewust aanvallen van een school, ziekenhuis of andere burgerdoelen een oorlogsmisdaad.
De brute aanvallen van de VS en Israël zorgt wereldwijd voor bezorgdheid. Burgers, en vooral kinderen, betalen vaak de hoogste prijs in oorlogen.
