Rechterlijke integriteit is geen privézaak, het is een fundament van de rechtsstaat

In elke rechtsstaat geldt een eenvoudige, maar harde waarheid: gezag berust op vertrouwen. De rechter spreekt recht in naam van het volk. Dat gezag is niet gebaseerd op macht, maar op morele geloofwaardigheid. Juist daarom moet de lat voor de rechterlijke macht hoger liggen dan voor wie dan ook. 

Wat gebeurt er wanneer een rechter weet -of redelijkerwijs moet begrijpen- dat zijn bezoldiging structureel hoger uitvalt door een kennelijke lacune of fout in de wet? En hoe verhoudt zich dat tot de dagelijkse praktijk waarin rechters geldvorderingen van burgers regelmatig matigen op grond van redelijkheid en billijkheid? Dit is geen persoonlijke aanval op individuen. Het is een principiële vraag over rechtsstatelijke consistentie.

De juridische werkelijkheid

De bezoldiging van rechters in Suriname is wettelijk geregeld binnen het kader van de Rechterlijke Macht. Formeel geldt: zolang de wet niet is aangepast, is uitbetaling conform de regeling rechtmatig. Maar rechtmatigheid is niet hetzelfde als rechtsstatelijkheid. De wetgever kan fouten maken. Regelingen kunnen onbedoelde effecten hebben. Lacunes kunnen leiden tot disproportionele uitkomsten. Dat is precies waarom integriteit méér vraagt dan louter formele naleving.

De ethische maatstaf

Internationale normen, waaronder de door de United Nations onderschreven Bangalore Principles of Judicial Conduct, benadrukken dat rechters niet alleen feitelijke belangenverstrengeling moeten vermijden, maar ook de schijn daarvan. Een rechter die een kennelijke structurele overbetaling constateert, kan zich niet verschuilen achter het argument: “Het staat zo in de wet.” Integriteit vereist ten minste een interne melding van de mogelijke fout, een transparantie richting de bevoegde instanties en actieve bijdrage aan correctie van de regeling.

Niet handelen kan de indruk wekken dat men bewust profiteert van een systeemfout.

Het spanningsveld met matiging van burgerlijke vorderingen

In civiele procedures worden geldvorderingen vaak gematigd. Rechters toetsen streng op redelijkheid, billijkheid en proportionaliteit. Contractuele boetes worden verminderd. Schadeclaims worden teruggebracht. Honoraria van advocaten wordt gemitigeerd onder verwijzing naar ethische normen, rente wordt beperkt. De boodschap aan burgers is duidelijk: excessen worden gecorrigeerd. Wanneer de rechter zelf mogelijk profiteert van een excessieve wettelijke uitkomst, ontstaat een gevaarlijk contrast. Dat contrast voedt het gevoel van ongelijke maatstaven: streng voor de burger, maar formalistisch voor zichzelf. Dat is funest voor vertrouwen.

Waarom dit een rechtsstatelijke hervormingskwestie is?

Het probleem is niet individueel, maar institutioneel. Daarom vereist het structurele oplossingen:

1. Transparantie in rechterlijke bezoldiging; Publicatie van duidelijke en controleerbare bezoldigingsregelingen.

2. Onafhankelijke toetsing; Een externe controle-instantie die bezoldigingsstructuren periodiek evalueert op rechtmatigheid én proportionaliteit.

3. Meldplicht bij kennelijke wetstechnische fouten; Een formele procedure waarbij leden van de rechterlijke macht mogelijke normatieve manco’s rapporteren.

4. Ethische verankering; Versterking van gedragsregels binnen de rechterlijke macht, expliciet gericht op financiële integriteit.

De kern: vertrouwen is kwetsbaar

In een kleine samenleving zoals Suriname is perceptie alles. Wanneer burgers het gevoel krijgen dat de rechterlijke macht zichzelf uitzondert van de maatstaven die zij anderen oplegt, dan brokkelt vertrouwen snel af. De rechtsstaat sterft niet door grote explosies. Hij verzwakt door kleine inconsistenties die men laat voortbestaan. Rechters moeten onafhankelijk zijn, maar onafhankelijkheid zonder zelfreflectie kan omslaan in onaantastbaarheid.

Wie recht spreekt, moet bereid zijn ook zichzelf aan de hoogste maatstaf te onderwerpen.

Dat is geen aanval op de rechterlijke macht. Dat is juist een pleidooi voor haar versterking.

Multan Singh

error: Kopiëren mag niet!