De uitbreiding van de 2035 obligatie met USD 265 miljoen tegen 8,50% rente betekent in essentie dat de staat extra schuld aangaat om bestaande druk op de begroting te verlichten en investeringsruimte te creëren.
De kern van de boodschap is dat men kiest voor liquiditeit op korte termijn om betalingsverplichtingen na te komen en tegelijkertijd economische sectoren te stimuleren.
Wat hiermee bedoeld wordt, is herfinanciering en budgettaire spreiding. Uitgestelde schuldverplichtingen moesten direct worden voldaan terwijl inkomsten uit productie nog niet volledig gerealiseerd waren.
Door extra middelen aan te trekken, wordt tijd gekocht. De looptijd tot 2035 verschuift de terugbetalingsdruk naar de toekomst, in de verwachting dat toekomstige groei of grondstofinkomsten de schuld draaglijker maken.
Het voordeel ligt primair bij drie groepen.
Ten eerste de overheid zelf, die acute betalingsdruk vermindert en politieke ruimte krijgt om sociale en infrastructurele projecten te financieren in onder meer zorg, onderwijs, energie en landbouw.
Ten tweede investeerders die profiteren van een relatief hoge rente van 8,50%, wat aantrekkelijk is bij verhoogd landenrisico.
Ten derde sectoren die directe kapitaalinjecties ontvangen, zoals het midden en kleinbedrijf en bouwprojecten.
De keerzijde is structureel. Hogere schuld tegen 8,50% impliceert aanzienlijke rentelasten over meerdere jaren. Indien economische groei achterblijft, verschuift de druk naar toekomstige begrotingen en belastingbetalers. De maatregel is dus zowel stabiliserend als risicovol: stabiliserend op korte termijn, afhankelijk van groeiverwachtingen op lange termijn.
