Wie aan de rand leeft, draagt een label. Dat label gaat altijd voorop. Nog vóór iemand spreekt, wordt er geoordeeld. Het bepaalt hoe instanties luisteren, hoe werkgevers selecteren en hoe buren kijken. Mensen worden niet gezien als individu, maar als categorie. Eén woord, één verleden, één beeld.
Stigma maakt hulp zoeken ingewikkeld. Wie hulp vraagt, moet zichzelf eerst verklaren. Verantwoorden. Bewijzen dat hij anders is dan het stereotype. Veel mensen haken af nog vóór het eerste gesprek is afgerond. Niet omdat ze geen hulp willen, maar omdat ze moe zijn van het verdedigen van hun bestaan.
Werk vinden wordt bijna onmogelijk. Een gat in het cv weegt zwaarder dan vaardigheden. Een gerucht blijft hangen, ook als het niet klopt. Herstel kost tijd, maar stigma versnelt niets. Het vertraagt, blokkeert en ontmoedigt.
Wat vaak wordt vergeten, is dat stigma zelf schade veroorzaakt. Het is geen neutrale mening, maar een kracht die mensen verder naar de rand duwt. Deuren sluiten zich voordat ze worden aangeraakt. Ongelijkheid wordt bevestigd, niet bestreden.
Uitsluiting is geen bijwerking van het systeem. Het is een onderdeel ervan. Zolang labels belangrijker zijn dan mensen, blijft de rand groeien.
