Vijfjarige loyaliteit in tijden van schaarste

In een land waar patiënten klagen over wachttijden, tekorten en stijgende premiedruk, blijkt bestuurlijke creativiteit zelden schaars. Terwijl het Staatsziekenfonds geacht wordt middelen zorgvuldig te beheren voor medische zorg, duiken contracten op die eerder doen denken aan een private investeringsmaatschappij dan aan een publieke instelling. 

Vijfjarige overeenkomsten, riante maandvergoedingen en een bestuurlijke kruisbestuiving tussen staatsbedrijven vormen samen een casus die vraagt om meer dan administratieve uitleg.

Volgens beschikbare informatie zou de toenmalige algemeen directeur van het Staatsziekenfonds, Rudrakanth Oemraw, een overeenkomst hebben toegekend aan Monché Atompai, directeur van de Melkcentrale, ter waarde van SRD 95.856 per maand, met een looptijd van vijf jaar. Daarnaast zou onderdirecteur R. Adelraar een contract hebben ontvangen van SRD 63.355 per maand, eveneens voor vijf jaar. Beide functies bij de Melkcentrale zijn voltijdse managementposities binnen een staatsbedrijf. Dat gegeven alleen al roept vragen op over cumulatie van functies, tijdsbesteding en de scheiding van verantwoordelijkheden.

De ironie is moeilijk te negeren. Een ziektekostenfonds dat contractuele verplichtingen aangaat met leidinggevenden van een ander staatsbedrijf, alsof bestuurlijke functies vrij verhandelbare activa zijn. Men zou bijna concluderen dat publieke instellingen elkaar niet controleren, maar elkaar aanvullen in een gesloten circuit van wederzijdse toekenningen. De vraag die zich opdringt is eenvoudig: op basis van welk mandaat werden deze overeenkomsten gesloten?

In een rechtsstaat behoort elke financiële verplichting van een overheidsinstelling te rusten op een duidelijke wettelijke basis, een formeel bestuursbesluit en transparante besluitvorming. Indien dergelijke contracten zonder expliciete goedkeuring van het bevoegde orgaan zijn aangegaan, kan sprake zijn van onbevoegde vertegenwoordiging of misbruik van bevoegdheid. Indien er bovendien persoonlijke, politieke of zakelijke relaties meespeelden, verschuift de discussie van bestuurlijke onzorgvuldigheid naar mogelijke belangenverstrengeling.

Strafrechtelijk kunnen meerdere kwalificaties in beeld komen. Ambtsmisbruik ligt voor de hand wanneer een functionaris zijn positie gebruikt om derden te bevoordelen zonder rechtmatige grond. Indien er sprake is van wederkerigheid of verborgen voordelen, kan corruptie niet worden uitgesloten. Ook onrechtmatige verrijking is relevant wanneer publieke middelen worden aangewend zonder aantoonbare noodzaak of tegenprestatie die de omvang van de bedragen rechtvaardigt. 

De hoogte van de maandelijkse vergoedingen in combinatie met de vijfjarige looptijd creëert substantiële financiële verplichtingen die de beleidsruimte van toekomstige bestuurders beperken.

Bestuursrechtelijk rijst de vraag of hier sprake is van onbehoorlijk bestuur. Een contract van vijf jaar in een publieke context is geen neutrale administratieve handeling. Het bindt de instelling langdurig en legt structurele lasten vast. Indien dergelijke afspraken niet zijn getoetst aan bestaande salarisschalen of marktconforme normen, ontstaat een risico op schending van het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van doelmatige besteding van publieke middelen. In een context waarin burgers worden opgeroepen begrip te tonen voor bezuinigingen, wordt bestuurlijke gulheid snel een politiek statement.

De satire schuilt in het contrast. Aan de ene kant de verzekerde die vecht voor vergoeding van een noodzakelijke behandeling. Aan de andere kant contracten die zonder publieke uitleg miljoenenverplichtingen genereren over meerdere jaren. Het is alsof de zorgsector een parallel universum kent waarin financiële discipline optioneel is, zolang de handtekeningen maar correct zijn geplaatst.

De recente mededeling van president Simons dat Atompai, Adelraar en Oemraw niet langer te handhaven zijn bij het Staatsziekenfonds en de Melkcentrale, wijst op bestuurlijke consequenties. Ontheffing uit functie is echter geen juridische kwalificatie. Het is een bestuurlijke maatregel die het vertrouwen tijdelijk moet herstellen, maar zij beantwoordt niet de kernvraag: waren de overeenkomsten rechtmatig en, zo niet, wie draagt verantwoordelijkheid?

Een forensische audit is in deze context geen luxe maar noodzaak. Interne notulen, goedkeuringsprocedures, correspondentie en eventuele belangenrelaties moeten systematisch worden onderzocht. Indien blijkt dat er geen rechtsgrond bestond, ligt niet alleen disciplinaire actie voor de hand, maar mogelijk ook strafrechtelijke vervolging en civiele aansprakelijkheid. Indien daarentegen een formele basis kan worden aangetoond, resteert alsnog de vraag of het bestuur handelde in overeenstemming met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Het bredere probleem is institutioneel. Wanneer staatsbedrijven onderling langdurige verplichtingen aangaan zonder duidelijke publieke verantwoording, vervaagt de grens tussen publieke taakuitoefening en interne netwerkvorming. Dat ondermijnt vertrouwen in het beheer van collectieve middelen. 

Publieke instellingen zijn geen besloten vennootschappen die naar eigen inzicht contracten kunnen distribueren; zij beheren middelen die voortkomen uit premies en belastingopbrengsten.

Satire heeft hier weinig overdrijving nodig. Een ziektekostenfonds dat financiële melkstromen richting een melkcentrale faciliteert, kan nauwelijks symbolischer worden. Wat resteert is de vaststelling dat transparantie en rechtsstatelijke controle geen administratieve formaliteiten zijn, maar de enige bescherming tegen bestuurlijke willekeur.

De uiteindelijke beoordeling zal afhangen van feitenonderzoek. Tot dat moment blijft de casus een illustratie van hoe snel publieke middelen onderwerp kunnen worden van langdurige verplichtingen zonder dat de samenleving volledig is geïnformeerd. Indien het doel van bestuur het dienen van het algemeen belang is, dan behoort elke handtekening die miljoenen bindt aan dat criterium te worden getoetst. Anders resteert slechts de constatering dat bestuurlijke creativiteit duur kan uitvallen voor degenen die de rekening niet ondertekenen, maar wel betalen.

error: Kopiëren mag niet!