In een wereld waarin religie vaak wordt gepresenteerd als bron van conflict, verdient de interreligieuze dialoog tussen islam, christendom en jodendom serieuze aandacht. Deze drie tradities delen een gemeenschappelijke oorsprong in het monotheïsme en verwijzen naar dezelfde aartsvaders. Toch hebben historische spanningen, politieke conflicten en theologische verschillen geleid tot wederzijds wantrouwen.
Dialoog betekent niet het uitwissen van verschillen. Integendeel, het veronderstelt erkenning van fundamentele theologische uiteenlopenheden, zoals de visie op Jezus, profeetschap en openbaring. Echte dialoog vraagt intellectuele eerlijkheid. Wanneer men verschillen verdoezelt om harmonie te simuleren, verliest het gesprek geloofwaardigheid.
Tegelijkertijd biedt juist het gedeelde geloof in één God, in openbaring en in morele verantwoordelijkheid een basis voor gesprek.
Historisch zijn er periodes geweest waarin samenwerking mogelijk was. In middeleeuws Andalusië leefden joden, christenen en moslims gedurende bepaalde fases in relatieve coexistentie en intellectuele uitwisseling. Filosofen als Maimonides en Averroes bewogen zich in een ruimte waar religieuze grenzen niet volledig gesloten waren. Deze geschiedenis toont dat interactie geen utopie is.
In hedendaagse pluralistische samenlevingen is dialoog geen luxe maar een stabiliteitsfactor. Religieuze leiders kunnen spanningen verminderen door gezamenlijke verklaringen tegen geweld en antisemitisme, islamofobie of christenvervolging. Educatieve initiatieven waarin jongeren leren over elkaars tradities verkleinen de kans op stereotypering.
Interreligieuze dialoog is geen poging tot uniformiteit, maar een erkenning dat vreedzaam samenleven vraagt om gestructureerd gesprek. Wanneer religies zich uitsluitend in eigen kring terugtrekken, groeien misverstanden. Wanneer zij elkaar ontmoeten in wederzijds respect en kritische reflectie, ontstaat ruimte voor samenwerking op basis van gedeelde ethische waarden zoals rechtvaardigheid, barmhartigheid en menselijke waardigheid.
MUSTAFA
