Koloniale wortels, moderne rekening

Corruptie in Suriname wordt vaak behandeld als een hedendaagse afwijking, een morele ontsporing van deze generatie. Dat is historisch onjuist. De fundamenten werden gelegd in de koloniale bestuurspraktijk, waar macht geen publieke verantwoordelijkheid was maar een persoonlijke beloning. 

Onder Nederlands gezag functioneerde het bestuur als een gesloten club. Officiënten gebruikten hun positie niet om te dienen, maar om te innen. Salarissen waren buiten proportie, privileges structureel en toezicht symbolisch.

Het koloniale systeem beloonde loyaliteit boven bekwaamheid. Wie dicht bij de macht stond, kreeg toegang tot contracten, concessies en bescherming. Lokale bedrijven leerden snel dat succes niet afhing van efficiëntie of kwaliteit, maar van nabijheid tot de juiste ambtenaar. Zo ontstond een cultuur waarin regels flexibel waren voor vrienden en hard voor buitenstaanders. Publieke middelen werden privé bezit, en publieke dienst werd persoonlijke verdieping.

De satire is dat dit systeem nooit echt is ontmanteld, slechts hernoemd. Na de onafhankelijkheid veranderden de gezichten, niet de logica. De koloniale ambtenaar werd de nationale bestuurder, maar het idee bleef hetzelfde: macht is iets wat je benut, niet bewaakt. 

Corruptie is daardoor geen incident, maar erfgoed. En zoals elk erfgoed blijft het bestaan zolang men weigert het kritisch te inventariseren en actief af te breken.

error: Kopiëren mag niet!