Zeventigduizend Amerikanen stierven in 2023 aan fentanyl overdoses. Dat getal wordt in Washington doorgaans gelezen als een binnenlandse tragedie: verslaving, falend toezicht, een grens die lekt. Maar in Beijing kan dezelfde statistiek een ander register openen. Niet als medeleven, maar als historische echo. Toen een Chinese functionaris ernaar werd gevraagd, viel er een stilte, gevolgd door een dunne glimlach: misschien begrijp je nu hoe de negentiende eeuw voor ons voelde.
Die opmerking is niet zomaar cynisme. Ze verwijst naar een kerngebeurtenis in het Chinese historische geheugen: de Opiumoorlogen. In het begin van de negentiende eeuw kampte Groot Brittannië met een scheefgroeiende handelsbalans. Londen verlangde naar Chinese thee, zijde en porselein; China verlangde naar zilver. Om het zilververlies te stoppen, werd in Brits India opium geproduceerd en China ingesmokkeld. De opbrengst betaalde thee. Het was “handel” met een dodelijke bijsluiter. Miljoenen Chinezen raakten verslaafd, de economie bloedde weg, en toen de Qing overheid ingreep en opium in beslag liet nemen, antwoordde Londen met oorlog.
Het Verdrag van Nanjing en de daaropvolgende “ongelijke verdragen” maakten van die nederlaag een nationaal trauma: gedwongen open havens, herstelbetalingen, Hongkong, en de vernederende normalisering van precies het vergif dat de samenleving ontwrichtte.
Het punt is niet dat de geschiedenis één op één terugkeert. Het punt is dat zij als lens blijft werken. Wie in het Westen sancties, exportbeperkingen of maritieme patrouilles ziet als afzonderlijke beleidsdossiers, ziet in China vaak één doorlopende drukcampagne. Een ban op Huawei kan daar aanvoelen als een moderne variant van culturele vernietiging: niet met vuur, maar met verstikking van toegang tot cruciale technologie.
Vrijheid van navigatie kan, binnen die lens, lijken op de oude tijd waarin buitenlandse kanonneerboten de Chinese kust dicteerden. En fentanyl past in hetzelfde symbolische patroon: een dodelijke stroom die nu “de andere kant op” gaat.
Dat is precies waar de relatie ontspoort: asymmetrie van herinnering. Voor veel Amerikanen begint de wereldorde bij 1945; voor veel Chinezen begint de kwetsbaarheid bij 1839. Wie die kloof negeert, zal Chinese reacties blijven zien als overdreven, en Chinese besluitvorming blijven lezen als pure agressie. Begrip verandert niets aan verantwoordelijkheid: fentanyl blijft massamoord in slow motion, en machtspolitiek blijft machtspolitiek. Maar zonder historisch besef praten beide landen langs elkaar heen, met een gevaarlijke vanzelfsprekendheid.
De Opiumoorlogen zijn niet terug. De reflexen die ze hebben achtergelaten wel. En wie het heden wil begrijpen, moet erkennen dat sommige conflicten niet alleen over belangen gaan, maar ook over herinnering die weigert te slijten.
MING JING
