Ze zat altijd achter hem.
Bij vergaderingen, bij persconferenties, zelfs bij vertrouwelijke gesprekken.
De persoonlijke secretaris — onzichtbaar voor het volk, maar onmisbaar voor de macht. Haar taak leek eenvoudig: agenda’s bijhouden, documenten ordenen, telefoons aannemen. Maar wie de papierenstroom volgde, zag dat niets het bureau van de minister bereikte zonder eerst door haar handen te gaan.
Ze wist welke dossiers vertraagd moesten worden, welke brieven “verloren” mochten raken, en welke besluiten versneld moesten worden doorgedrukt.
Soms veranderde ze slechts één regel in een document, één bedrag in een tabel — maar dat was genoeg om miljoenen te verschuiven.
Een collega vertelde later dat ze ‘s avonds vaak bleef, alleen op kantoor, met een scanner en een koptelefoon. “Ze zei dat ze archieven ordende,” herinnerde hij zich. “Maar elke map die ze aanraakte, verdween.”
Toen de minister onder vuur kwam wegens financiële onregelmatigheden, was zij het die zijn verdediging coördineerde — met documenten die zijn onschuld bewezen.
Later bleek: ze had ze zelf opgesteld.
Na het schandaal nam ze ontslag “om persoonlijke redenen.”
Binnen een maand werkte ze als adviseur bij een multinational die toevallig alle contracten van haar oud-minister kreeg.
Men zegt dat zij de echte macht was.
De pen die wetten schreef — en geheimen herschreef.
Disclaimer: Dit is een fictieve politieke thriller; alle personages en gebeurtenissen zijn verzonnen.
