De inspraak van jongeren in het nationaal beleid moet niet langer afhankelijk zijn van politieke goodwill of tijdelijke structuren, maar wettelijk worden verankerd via een formele wet die door De Nationale Assemblée (DNA) wordt goedgekeurd. Dat stelde jeugdraadslid Sercheenio Moeljakarta uit Coronie tijdens de recente vergadering van de Jeugdraad Suriname (JRS).
Volgens Moeljakarta blijft Suriname gevangen in een vicieuze cirkel zolang jongerenparticipatie niet structureel wordt gewaarborgd. “De naam of vorm van een jeugdorgaan kan telkens worden aangepast, maar als de fundamenten niet stevig zijn, verandert er in de praktijk weinig”. benadrukte hij tegenover STVS.
Momenteel is het jeugdorgaan ingesteld bij staatsbesluit. Hoewel een staatsbesluit juridische kracht heeft, kan het relatief eenvoudig worden gewijzigd of ingetrokken.
Moeljakarta pleit daarom voor een wet in formele zin, die via DNA wordt behandeld en aangenomen. “Een wet die door DNA gaat, wordt niet zomaar gewijzigd. Er vinden brede discussies plaats, stakeholders worden geconsulteerd en het traject is grondiger. Dat biedt stabiliteit en continuïteit”, aldus het Jeugdraadslid.
Meer dan een naam of titel
De oproep past binnen een bredere discussie over institutionele versterking van jongerenparticipatie in Suriname. In de afgelopen decennia zijn er verschillende jeugdplatforms en adviesorganen opgericht, maar vaak bleken deze afhankelijk van de zittende regering en politieke prioriteiten. Tijdens de vergadering werd benadrukt dat het debat niet moet blijven steken bij de vraag hoe een toekomstig jeugdorgaan heet. “Het gaat niet om de titel, maar om de fundamenten”, gaf Moeljakarta aan.
Op papier bestaan er volgens hem al bevoegdheden en bepalingen, maar in de praktijk is de doorwerking daarvan beperkt. Wanneer jongeren worden gekozen om hun generatie te vertegenwoordigen, moet hun stem volgens de raad ook daadwerkelijk terug te zien zijn in beleidskeuzes. “Niet alleen formeel, maar ook inhoudelijk”, klonk het.
Mentale gezondheid centraal
Ook Jeugdraadslid Gayen Mees vroeg aandacht voor een thema dat volgens hem te weinig bespreekbaar wordt gemaakt: de mentale gezondheid van jongeren. Hij wees op de groeiende sociale en maatschappelijke druk waarmee jongeren worden geconfronteerd. “Wij praten onderling niet vaak genoeg over mentale druk. En ook binnen gezinnen wordt er weinig over gesproken”, stelde Mees. Volgens hem begint verandering bij openheid. “Wanneer je vaker over iets praat, wordt het lichter. Dat merken we allemaal wanneer we met problemen zitten.”
Mees pleit ervoor dat gesprekken over mentale gezondheid niet beperkt blijven tot vergaderingen, maar ook thuis, op school en in de gemeenschap worden gevoerd. Een cultuur van openheid kan volgens hem bijdragen aan een gezondere generatie.
Beleidsnota’s op komst
De Jeugdraad heeft aangekondigd zich in de komende twee maanden actiever in te zetten en concrete beleidsnota’s aan de regering te overhandigen. Daarmee wil het orgaan bijdragen aan structurele maatregelen ter verbetering van het welzijn en de toekomst van de Surinaamse jeugd.
De discussie over wettelijke verankering van jongereninspraak raakt aan een fundamentele vraag: in hoeverre worden jongeren daadwerkelijk betrokken bij besluitvorming die hun toekomst bepaalt? De komende periode zal moeten blijken of de oproep van de Jeugdraad leidt tot een formeel wetstraject en bredere maatschappelijke dialoog.
Met hun standpunten zetten de Jeugdraadsleden in elk geval de toon voor een debat dat verder reikt dan symbolische participatie en dat vraagt om duurzame institutionele verankering.
