Herinneringen aan Haripersad Kanhai 

19 november 1924 – 17 februari 2026
Toonbeeld van eenvoud en mensenliefd
e

                                                            Carlo Jadnanansing 

Sommige mensen leiden een leven dat niet luidruchtig is, niet opzichtig, niet op zoek naar erkenning — en juist daardoor groots wordt. Zo was oom Harry.

Voor ingewijden stond hij bekend als “oom Miki”. Over die bijnaam deden verschillende verhalen de ronde. Velen dachten aan de vrolijke stripfiguur Mickey Mouse, maar de oorsprong lag dieper. Oom Harry vertelde mij eens dat hij zich verwant voelde met de mythische dichter Valmiki, aan wie de Sanskrit versie van het epos Ramayana wordt toegeschreven. Als brahmaan koesterde hij grote bewondering voor diens wijsheid en spirituele diepgang. De bijnaam “Miki” was geen speelse verwijzing, maar een stille hommage.

Hij was getrouwd met Willy Hirasingh, de jongere zus van mijn moeder. De zusters Loes en Willy trokken er graag samen op uit in de Fiat van oom Harry, rijdend door Paramaribo en omstreken. In die tijd noemde men dat eenvoudigweg “touren” — een woord dat inmiddels bijna nostalgisch aandoet.

De familiebanden waren hecht; contact was vanzelfsprekend. In de jaren zestig bezocht ik hem soms op zijn werk bij Kirpalani, waar hij afdelingschef was. Met rustige autoriteit hield hij toezicht, terwijl zijn medewerksters hem met een glimlach aanspraken: “Check, please.” Het typeerde hem: gezag zonder hardheid.

Maar hij was meer dan werknemer alleen. Met acht kinderen om voor te zorgen, nam hij er een tweede taak bij als controleur voor een buitenlandse filmmaatschappij in lokale bioscopen. Wanneer hij mij uitnodigde achter op zijn bromfiets, voelde ik mij bevoorrecht. Zo mocht ik — soms in fragmenten, soms volledig — kennismaken met de wereld van de Hindoestaanse cinema. De film die de meeste indruk op mij maakte was Mughal-e-Azam (1960), het majestueuze verhaal over keizer Akbar en de onmogelijke liefde tussen prins Salim en hofdanseres Anarkali. Deze klassieker wordt nog altijd gerekend tot de grootste historische producties van Bollywood en wordt in het Westen vaak vergeleken met Gone with the Wind. Op mijn aandringen bleef oom Harry drie uur naast mij zitten, zodat ik het verhaal volledig kon beleven. Die kleine daad van geduld was tekenend voor zijn liefdevolle aard.

In zijn jeugd was hij sportief en energiek: voetballer, tafeltennisser, poolbiljarter. In mijn herinnering zie ik hem vooral als verwoed troefcallspeler en onvermoeibare jogger. Bewegen was voor hem geen hobby, maar een levenshouding. Tot ver voorbij zijn negentigste bleef hij zijn rondes maken, vaak startend in de omgeving van Choi Noord. “Je moet blijven bewegen om gezond te blijven,” placht hij te zeggen — een eenvoudige wijsheid die hij consequent naleefde.

Zijn dagelijkse shot cognac is inmiddels bijna legendarisch. Met twinkelende ogen kon hij relativeren:
“Ik ben zelf geen big shot, beta. Maar bij cognac kies ik wel voor een big shot.”
Humor was zijn zachte kracht. Geen dag zonder lach — dat was zijn overtuiging. Misschien lag daarin wel het geheim van zijn hoge leeftijd.

Muziek vormde een andere bron van vreugde. Vooral semi-klassieke Indiase klanken raakten hem. Tien jaar geleden woonde ik met hem een optreden bij van Raj Mohan. Hij boog zich naar mij toe en fluisterde: “Beta, deze jongen doet niet onder voor Jagjit Singh.” Het was geen oppervlakkige vergelijking, maar een weloverwogen oordeel van een kenner.

Toch lagen zijn grootste verdiensten niet in werk, sport of cultuur, maar in het mens-zijn. Ik heb hem nooit boos gezien. Hij luisterde, stelde gerust, zocht naar oplossingen. Hij onthield verjaardagen, belde bij ziekte, complimenteerde oprechte prestaties. Ook was hij erg trots op de verdiensten van zijn familie en vrienden en complimenteerde hij hen wanneer zij belangrijke prestaties voor de samenleving hadden neergezet. Zijn aandacht was geen formaliteit, maar betrokkenheid.

Grote klappen zijn oom Miki ook niet bespaard gebleven. Zo is zijn echtgenote, van wie hij zielsveel hield, tante Willy reeds bijna drie decennia geleden niet meer in ons midden. Maar gelukkig was hij gezegend met zijn dochters die op de beste wijze voor hem hebben gezorgd. Natuurlijk hebben de zonen ook een bijdrage geleverd vooral op financieel gebied. De laatste dagen was het vooral zijn jongste dochter Jenny die haar vader tot op het laatste moment liefdevol heeft verzorgd. 

Twee van zijn kinderen moest hij eveneens vóór zich laten gaan, en een schoonzoon werd hem op wrede wijze ontnomen. Toch bleef zijn levenslust onaangetast. Verdriet werd bij hem geen bitterheid.

Tijdens de uitvaartdienst memoreerde de CEO van Kirpalani’s, Vijay Kirpalani, dat oom Harry in zijn werkzame jaren ondervoorzitter was van de werknemersbond. Met tact en deskundigheid kwam hij op voor de belangen van anderen. Ook daar bleek zijn karakter: standvastig, maar zonder hardheid.

Als overtuigd hindoe leefde hij volgens de principes van dharma en karma — begrippen die richting geven aan een ethisch en bewust leven. Dharma: leven in rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Karma: handelen in het besef dat elke daad gevolgen heeft.

Hij leefde niet groots in woorden, maar in daden. Misschien is dat de zuiverste vorm van spiritualiteit.

Ik besluit met een shloka uit de Bhagavad Gita (2:27), waarin Krishna Bhagwan tot Arjuna spreekt:

Zeker is de dood voor de geborenen,
en zeker is de wedergeboorte voor de gestorvenen.
Treur daarom niet om het onvermijdelijke.

Mausa Harryji, ap ki atma ko shanti mile.
Moge uw ziel eeuwige vrede vinden.

Opmerking: Dit artikel is een enigszins bewerkte versie van de afscheidsrede gehouden op vrijdag 19 februari 2026 in Mata Gauri. 

error: Kopiëren mag niet!