In Suriname is één ministerie dat altijd efficiënt werkt: het ministerie van Buitenlandse Bezoeken. Ministers en Assembleeleden vertrekken met een snelheid waar de brandweer jaloers op zou zijn. Zodra ergens ter wereld een conferentie, dialoog, rondetafel of “strategische ontmoeting” wordt aangekondigd, staan de koffers al klaar. Het volk mag intussen strategisch rondkomen met wat er overblijft.
Als boze burger vraag ik mij af: stopt de aarde met draaien als Suriname niet aanwezig is? Wordt een resolutie ongeldig zonder onze handtekening? Volgens de verslagen is elke reis een “succesvolle missie”. Dat woord “succesvol” moet goedkoop zijn, want het wordt rijkelijk uitgedeeld. Wat nooit wordt uitgedeeld, is een helder overzicht van de kosten. Kleine delegatie, zegt men. Klein in aantal misschien, maar nooit klein in dollars.
Er wordt niet vooraf gemeld hoeveel tickets kosten, welke klasse wordt gevlogen, hoeveel daggeld wordt ontvangen en wat het totaalbedrag in USD is. Transparantie lijkt een souvenir dat men telkens vergeet mee terug te nemen. Na terugkomst volgt een foto, een handdruk en een verklaring over “versterkte bilaterale banden”. Ondertussen wachten kinderen op degelijk onderwijs, wachten zieken op betaalbare zorg en wachten gezinnen op verlichting van de kosten van levensonderhoud.
Deze trend is niet nieuw. Regeringen wisselen, leden van De Nationale Assemblee (DNA) komen en gaan, maar de reisdrift blijft constant. Alsof vliegen een bestuurlijke kerntaak is. Eerlijkheid lijkt gereserveerd voor wie geen toegang heeft tot een boardingpass. Voor de arme geldt discipline en geduld; voor de machtige geldt declaratie en vertrek.
Misschien moet er eens een conferentie worden georganiseerd over binnenlandse verantwoordelijkheid. Locatie: een school zonder airco. Dagvergoeding: nul. Resultaat: direct zichtbaar voor het volk.
Tot die tijd kijken wij omhoog wanneer een toestel opstijgt en vragen wij ons af wie er dit keer “namens ons” succesvol is vertrokken.
