Compensatie na onterechte strafvervolging

Een vergelijking tussen Nederland, Suriname en de Verenigde Staten 

Wie betaalt de rekening van een strafzaak die eindigt zonder veroordeling? Het antwoord op die vraag verschilt wezenlijk tussen Nederland, Suriname en de Verenigde Staten en zegt veel over de rechtsstatelijke cultuur van elk land.

Nederland: integrale benadering

In Nederland biedt Artikel 530 Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid om na vrijspraak of sepot vergoeding te vragen van de advocaatkosten, reis- en verblijfskosten, verletkosten,

andere noodzakelijke proceskosten. De rechter past een billijkheidstoets toe, maar het uitgangspunt is duidelijk: wie niet wordt veroordeeld, behoort niet met de kosten van zijn verdediging te blijven zitten. Het systeem erkent dat ook rechtmatige vervolging onevenredige financiële schade kan veroorzaken. Financiële rehabilitatie maakt deel uit van rechtsherstel.

Suriname: detentie staat centraal

Het Surinaams systeem, neergelegd in Artikel 77 Wetboek van Strafvordering, richt zich primair op vergoeding van schade wegens ondergane voorlopige hechtenis, indien de zaak eindigt zonder straf of maatregel. Proceskostenvergoeding is niet expliciet geregeld. Een vrijgesproken verdachte kan dus met aanzienlijke advocaatkosten blijven zitten. De compensatiegedachte is hier beperkter en vooral gericht op vrijheidsbeneming, niet op de totale proceslast.

Verenigde Staten: each party pays its own

In de Verenigde Staten geldt in beginsel de zogeheten American Rule: iedere partij draagt haar eigen advocaatkosten, ongeacht de uitkomst van de zaak. Dat betekent dat een vrijgesproken verdachte zijn verdediging doorgaans zelf bekostigt.

Compensatie is slechts mogelijk in uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld bij bewezen “wrongful conviction” (na latere vrijspraak of DNA-herziening), vaak via afzonderlijke wetgeving per staat  of via civiele procedures tegen de overheid wegens schending van constitutionele rechten. Een reguliere vrijspraak in een strafzaak levert géén automatische aanspraak op vergoeding van proceskosten op. Het systeem is sterk adversair en legt het financiële risico van verdediging grotendeels bij de burger.

Drie modellen, drie rechtsstatelijke visies

Nederland kiest voor een reparatoire benadering: wie niet wordt veroordeeld, kan in beginsel compensatie krijgen voor gemaakte kosten. Suriname beperkt compensatie vooral tot detentieschade. De Verenigde Staten hanteert een marktgeoriënteerde benadering: verdediging is in beginsel een eigen verantwoordelijkheid, tenzij sprake is van aantoonbaar onrechtmatig overheidsoptreden. Het verschil raakt aan fundamentele beginselen zoals: de onschuldpresumptie, equality of arms, effectieve rechtsbescherming. Waar de staat het monopolie op strafvervolging bezit, rijst de vraag of het billijk is dat de burger het financiële risico van een mislukte vervolging draagt.

De normatieve keuze

Het Amerikaans systeem toont dat een rechtsstaat kan functioneren zonder algemene proceskostenvergoeding bij vrijspraak. Maar het laat ook zien dat financiële rehabilitatie daar pas plaatsvindt bij aantoonbare gerechtelijke dwaling  en niet bij een “gewone” vrijspraak.

Nederland heeft gekozen voor een ruimer beschermingsmodel. Suriname bevindt zich daar tussenin, maar neigt meer naar het Amerikaanse uitgangspunt dan naar het Nederlandse.

De kernvraag blijft: Is vrijspraak voldoende of vereist echte rechtsstatelijke rehabilitatie ook financiële compensatie? Het antwoord bepaalt hoe serieus een rechtsorde haar eigen vervolgingsmacht begrenst.

Multan Singh

error: Kopiëren mag niet!