Vier jaar vriendjespolitiek is geen toeval maar beleid  

Toen president Jennifer Simons verklaarde dat zij zich niet bewust was van een vermeende golf aan ‘friends and family’  benoemingen, klonk dat minder als geruststelling en meer als bestuurlijke blindheid. Een staatshoofd dat niet weet wie wordt benoemd in raden van commissarissen, erkent impliciet dat controle geen prioriteit is. Tegelijk wordt toegegeven dat politieke personen noodzakelijk zijn in bepaalde functies. Dat argument wordt vaak gebruikt om partijdigheid te normaliseren onder het mom van realisme.

Een expert in goed bestuur zou dit geen overgangsfase noemen, maar institutionele verzwakking. Goed bestuur begint bij dag één met duidelijke normen: transparantie, meritocratie en toetsbare selectiecriteria. 

Singapore onder leiding van Lee Kuan Yew koos na onafhankelijkheid bewust voor strikte selectie op competentie, hoge beloning om corruptie te minimaliseren en nul tolerantie voor nepotisme. Dat was geen geleidelijk proces maar een principiële keuze. Het resultaat was een bestuurscultuur waarin prestaties zwaarder wogen dan politieke loyaliteit.

Wanneer functies worden ingevuld op basis van nabijheid in plaats van bekwaamheid, volgen voorspelbare gevolgen. Beleidsfouten nemen toe omdat expertise ontbreekt. Toezicht verzwakt doordat commissarissen elkaar de hand boven het hoofd houden. Staatsbedrijven presteren ondermaats, waardoor verliezen uiteindelijk via belastingen of hogere tarieven op burgers worden afgewenteld. Projecten vertragen, aanbestedingen worden inefficiënt en publieke middelen lekken weg zonder tastbaar resultaat.

Voor de burger vertaalt dit zich in hogere kosten van levensonderhoud, slechtere dienstverlening en groeiend wantrouwen in instituties. Jongeren met kwalificaties zien dat inzet niet doorslaggevend is en zoeken kansen elders. 

Ondernemers worden geconfronteerd met besluitvorming die afhankelijk is van politieke netwerken in plaats van objectieve criteria.

Bestuurlijke zwakte is geen abstract begrip. Het manifesteert zich in trage vergunningen, falend toezicht en begrotingstekorten. Wie benoemingen bagatelliseert als onvermijdelijk politiek compromis, accepteert structurele inefficiëntie als norm. Dat is geen incidentele misser maar een beleidskeuze met langdurige maatschappelijke kosten.

error: Kopiëren mag niet!