De minister van Jeugdontwikkeling en Sport, Lalinie Gopal, kondigde op de persmeeting van de Raad van Ministers, de herstart aan van het Jeugdprogramma āGot Talentā. De herinvoering van een talentenjachtprogramma voor jongeren klinkt op het eerste gezicht sympathiek. We gunnen allemaal de jeugd een podium om te zingen, te dansen of op te treden om hun talent te laten zien. Maar het plan van het ministerie van Jeugd en Sportontwikkeling om āGot Talentā opnieuw in te zetten als middel om de jeugd bezig te houden, doet ons de wenkbrauwen fronsen.
We vragen ons vooral af als entertainment de plaats van gedegen beleid moet innemen.
In wijken waar veel jongeren wonen, liggen deĀ sportvelden er verlaten en vervallen bij.

Basketbalborden zonder netten, voetbalvelden zonder onderhoud en sporthallen die in de meeste gevallen alleen nog open gaan wanneer particulier initiatiefĀ het onderhoud en toegangsbeheer op zich neemt. Kansarme jongeren zoudenĀ structureel begeleid moeten worden.Ā
Sport is geen evenement, maar een dagelijks opvoedingsinstrument. Het leert discipline, samenwerking, gezond leven door beweging en is bovendien ook gericht op toekomstig succes van jongeren in de sportwereld.
Een televisieformat als āGot Talentā kan hoogstens enkele weken aandacht trekken en een handvol winnaars opleveren. Het bereikt vooral jongeren die al talent en zelfvertrouwen hebben. De grote groep, die juist richting, structuur en begeleiding nodig heeft, blijft buiten beeld. Een talentenjacht vervangt geen jeugdbeleid.
De realiteit is dat jeugdontwikkeling niet begint op een podium, maar op goed onderhouden tevens toegankelijke sportvelden en sporthallen waar trainers en begeleiders dagelijks aanwezig zijn. Zolang deze basisvoorzieningen ontbreken, voelen āGot Talentā en soortgelijke talentenjachten niet aan als ontwikkelingsvisie maar als afleiding.
Jongeren hebben geen show nodig. Ze hebben kansen nodig gericht op het veiligstellen van hun toekomst.
