Steeds meer jongeren ontdekken dat werken in de tuin niet ouderwets is, maar juist leerzaam en nuttig. De twaalfjarige Faran is daar een voorbeeld van. Tijdens de Corona-periode voelde hij zich vaak eenzaam. Spelen met vrienden was niet mogelijk en contact verliep vooral via telefoon en videobellen. Dat gaf hem weinig voldoening. Op verzoek van zijn oma begon hij haar te helpen in de tuin. Wat eerst slechts tijdverdrijf leek, groeide uit tot een nieuwe passie.
Faran merkte dat hij meer voldoening haalde uit het planten en verzorgen van gewassen dan uit urenlang gamen of televisie kijken. Hij leerde hoe groenten groeien en hoe belangrijk verzorging en geduld zijn. Inmiddels plant hij samen met zijn oma verschillende groenten en fruitsoorten. Daardoor hoeft zijn moeder minder vaak groenten te kopen.
Na school controleert hij dagelijks de tuin. Nadat hij heeft gebaad, een uurtje heeft gerust en zijn huiswerk heeft gemaakt, helpt hij opnieuw mee.
Aanvankelijk dacht Faran dat tuinieren een bezigheid was voor vrouwen. Die opvatting heeft hij veranderd. Hij ziet nu dat veel mensen tuinieren om in hun levensonderhoud te voorzien. Het is volgens hem een waardevolle vaardigheid die discipline en verantwoordelijkheid stimuleert.
Hoewel hij enthousiast is, vertelt hij nog niet alles aan zijn vrienden. Hij merkt dat jongeren elkaar soms snel uitlachen. Toch weet hij dat wat hij leert, hem sterker en zelfstandiger maakt. (Foto-compilatie: ter illustratie)
TM
