Een jongere verklaarde met vaste overtuiging dat het verschil tussen de huidige Nationale Democratische Partij en de verslagen olifant, de Vooruitstrevende Hervormingspartij, eenvoudig is. De ene partij zou hebben bestuurd met een kring van oude mannen die vergaderden alsof de klok in 1987 was blijven hangen. De andere zou jonge mensen inzetten die nog niet weten waar de rem zit en daarom vanzelf vooruitgaan.
Volgens deze redenering is leeftijd het nieuwe verkiezingsprogramma. Wie grijs is, denkt in archiefkasten. Wie jong is, denkt in apps. De oude garde zou hebben geopereerd vanuit herinneringen aan wat ooit werkte, alsof beleid een familierecept is dat nooit mag worden aangepast. Vernieuwing werd dan gezien als risico, niet als noodzaak. Resultaat: voorzichtigheid verpakt als ervaring.
De nieuwe ploeg daarentegen presenteert leergierigheid als strategie. Jong zijn betekent flexibel zijn. Toegankelijkheid wordt verward met nabijheid op sociale media. Kennis wordt niet alleen intern gezocht, maar ook bij derden. Dat klinkt modern. Alsof bestuur een permanente stage is met externe coaches.
Toch zit de satire in de eenvoud van de tegenstelling. Alsof oud automatisch star is en jong automatisch vernieuwend. Alsof fouten verdwijnen zodra ze met energie worden gemaakt in plaats van met routine. Geschiedenis toont dat zowel jeugdige overmoed als bejaarde koppigheid landen in gelijke mate kunnen vertragen.
Het werkelijke verschil ligt zelden in leeftijd, maar in structuur, discipline en visie. Een partij met jonge gezichten kan even goed vastlopen in oude patronen. Een partij met ervaren bestuurders kan, indien zij durft, juist radicaal vernieuwen.
De kiezer die denkt dat verjonging op zichzelf een oplossing is, verwart verpakking met inhoud. Politiek blijft geen generatieconflict, maar een kwestie van verantwoordelijkheid.
