De ontruiming van terreinen tussen Nieuw Koffiekamp en de mijnconcessie van Zijin-Rosebel Gold Mines, inclusief het Redi Bergi gebied en Mast 106, markeert een zeldzaam moment van zichtbaar staatsoptreden in een sector die decennialang is gekenmerkt door gedogen, politieke terughoudendheid en economische verwevenheid.
De directe aanleiding lag in vernieling van machines en het illegaal opereren van goudzoekers binnen een concessiegebied waar contractueel vastgelegde investeringsbescherming geldt.
Geen enkele regering is er tot op heden in geslaagd structurele ordening te brengen in de kleinschalige en illegale goudsector.Ā

Onder het presidentschap van Chan Santokhi werd de verantwoordelijkheid gedelegeerd aan toenmalig vicepresident Ronnie Brunswijk, zelf afkomstig uit het binnenland en economisch betrokken bij de sector. Concrete hervormingen bleven uit. Ook eerdere pogingen onder president Desi Bouterse strandden in halfslachtige regulering en gebrek aan handhaving.
Een goudordeningsexpert wijst op een structureel probleem: de informele goudketen genereert miljoenen Amerikaanse dollars die via handel, transport, wisselkantoren en consumptie doorwerken in het formele systeem. Dat creëert wederzijdse afhankelijkheid. Politieke besluitvorming wordt daardoor beïnvloed door electorale belangen en economische druk vanuit lokale gemeenschappen.
Indien de overheid faalt in het handhaven van concessierechten en investeringsbescherming, zijn de consequenties aanzienlijk. Contractuele geschillen kunnen leiden tot internationale arbitrage, schadeclaims en reputatieschade. Buitenlandse investeerders evalueren landen op rechtszekerheid, handhaving en bescherming van eigendomsrechten. Structureel falen verhoogt risicopremies, beperkt kapitaalinstroom en kan toekomstige mijnbouwprojecten vertragen of blokkeren.
Internationaal bestaan verschillende modellen. In Ghana wordt kleinschalige mijnbouw gereguleerd via vergunningen en coƶperatieve structuren, gecombineerd met militaire operaties tegen illegale activiteiten. In Peru is formalisering gekoppeld aan fiscale registratie en milieueisen, hoewel handhaving daar eveneens problematisch blijft. Braziliƫ hanteert periodieke interventies in beschermde gebieden, maar kampt met terugkerende illegale invasies. De gemeenschappelijke les is dat zuivere repressie zonder economisch alternatief zelden duurzaam is.
De huidige hoge goudprijs versterkt de aantrekkingskracht van illegale exploitatie. Zelfs na ontruiming blijft het risico op
terugkeer reƫel. Zonder permanente monitoring, technologische surveillance, duidelijke herbestemmingsplannen en sociaal economische alternatieven ontstaat een kat en muisspel tussen staat en goudzoekers. Dat vergt langdurige financiering en politieke consistentie.
De kernvraag is niet of handhaving noodzakelijk is, maar of de staat bereid is een geĆÆntegreerd model te ontwikkelen waarin veiligheid, formalisering, belastinginning en lokale ontwikkeling samenkomen. Zonder zoān model blijft elke interventie tijdelijk en blijft de informele sector zich aanpassen aan het optreden van het centraal gezag.
