De nationale sport: stemmen tegen de inflatie en voor dezelfde inflatie

In Suriname is een nieuw volksspel ontstaan. Het heet: “Wie heeft het gedaan?” De spelregels zijn eenvoudig. De prijzen stijgen, de koopkracht daalt, en iedereen kijkt naar elkaar. De bakker wijst naar de importeur. De importeur wijst naar de dollar. De dollar wijst nergens naar, want die zegt niets. Ondertussen leeft de staat als een prins op vakantie.

Volgens officiële verklaringen komt inflatie vaak door externe schokken, wisselkoersdruk en mondiale markten. Dat klinkt indrukwekkend. Minder indrukwekkend is het huishoudboekje. Wanneer inkomsten structureel lager zijn dan uitgaven, ontstaat een tekort. Dat tekort wordt gefinancierd met leningen of monetaire verruiming. Meer geld in omloop zonder evenredige productie betekent prijsdruk. Dat is geen mening maar basis macro economie.

Toch is de echte satire niet de begroting. Het is de verkiezing. Het volk klaagt over dure kip, dure rijst en dure brandstof. Vervolgens stemt het met vaste hand op dezelfde bestuurders die de vorige ronde “tijdelijke maatregelen” aankondigden. 

Tijdelijk blijkt elastisch. Beloften blijken hernieuwbaar. Verantwoordelijkheid blijkt schaars.

De staat leeft ruim. Dienstauto’s, delegaties, adviescommissies en beleidsnota’s groeien sneller dan het bruto binnenlands product. Controlemechanismen bestaan op papier. Afstraffing blijft zeldzaam. Het woord “misdaad” wordt gereserveerd voor de kleine vis. De grote vis zwemt in procedure.

Intussen verwacht het electoraat beterschap van exact dezelfde formule. Dat is vergelijkbaar met een patiënt die klaagt over de dokter, maar elk jaar opnieuw bij dezelfde praktijk binnenloopt en verbaasd is over het recept.

Satire is overdrijving, maar de rekensom niet. Wie meer uitgeeft dan hij verdient, verarmt. Wie dat herhaalt, institutionaliseert het. En wie dat beloont aan de stembus, financiert zijn eigen klacht.

Misschien daalt de prijs van tomaten ooit. De prijs van illusie blijkt hardnekkiger.

error: Kopiëren mag niet!