Explosie als symptoom van een schaduw economie in olie

De explosie van 15 februari 2026 bij een olieverwerkingsbedrijf aan de Naaldvarenweg te Waterland (Domburg) is geen geĂŻsoleerd incident maar een uiting van een parallelle olieketen die buiten toezicht, regelgeving en fiscale controle functioneert. Waar afval en afgewerkte smeerolie in een gereguleerd systeem worden ingezameld, geanalyseerd en via erkende installaties gerecycled of verwerkt, ontstaat in een informele keten een economisch grijs gebied. 

In dat gebied wordt afval omgezet in handelswaar zonder dat kwaliteitsnormen, milieuwetgeving of belastingafdrachten worden nageleefd. Het gevolg is een product dat uiterlijk op diesel lijkt maar technisch en chemisch fundamenteel verschilt van geraffineerde brandstof.

Het proces dat bij dergelijke illegale praktijken wordt toegepast is rudimentair. Afgewerkte olie wordt verhit om water en vluchtige bestanddelen te verwijderen. Daarna volgt filtratie om zichtbare verontreinigingen en metaaldeeltjes te reduceren. Wat resteert is een donkere vloeistof die brandbaar is, maar waarin zware metalen zoals lood, cadmium en nikkel, evenals polycyclische aromatische koolwaterstoffen en andere toxische verbindingen, aanwezig blijven. 

Zonder destillatiekolommen, hydrotreating en kwaliteitscontrole kan geen sprake zijn van brandstof die voldoet aan internationale normen. De technische schijn van bruikbaarheid maskeert een chemische realiteit die risico’s inhoudt voor mens en milieu.

Internationale voorbeelden tonen aan dat dergelijke informele raffinagepraktijken voorspelbaar leiden tot branden en explosies. In de Nigerdelta in Nigeria zijn de afgelopen jaren tientallen explosies gemeld bij geĂŻmproviseerde raffinaderijen waar ruwe olie of gestolen producten werden verhit in open installaties. In 2022 kwamen bij een explosie in Rivers State meer dan honderd mensen om het leven door een brand die ontstond tijdens illegale brandstofproductie. 

Ook in Mexico leidde het aftappen en verwerken van brandstof in 2019 tot een catastrofale explosie in Tlahuelilpan waarbij tientallen slachtoffers vielen. De gemeenschappelijke factor is het ontbreken van veiligheidsprotocollen, drukbeveiliging, explosieveilige apparatuur en noodplannen. Waar vluchtige dampen zich ophopen en ontstekingsbronnen aanwezig zijn, volstaat één vonk.

De economische drijfveer achter deze praktijken is helder. Door geen accijnzen, milieuheffingen en andere afdrachten te betalen ontstaat een prijsvoordeel. In markten waar energievoorziening kostbaar of logistiek complex is, bijvoorbeeld in afgelegen gebieden met generatorgebruik, kan een lagere literprijs doorslaggevend zijn. Maar het prijsverschil is een fictieve winst. De externe kosten worden afgewenteld op de samenleving. 

Onvolledig geraffineerde afvalolie produceert bij verbranding verhoogde concentraties fijnstof, zwaveldioxide, stikstofoxiden en koolmonoxide. De emissies kunnen zich afhankelijk van wind en temperatuur over honderden meters tot meerdere kilometers verspreiden. Acute blootstelling veroorzaakt irritatie van ogen en luchtwegen; chronische blootstelling verhoogt het risico op astma, bronchitis en cardiovasculaire aandoeningen. De medische kosten en verminderde arbeidsproductiviteit worden niet gedragen door de producent maar door burgers en publieke zorgstelsels.

Daarnaast is er het bodem en water risico. Restproducten, slib en lekkages bevatten zware metalen en persistente organische stoffen die zich in de bodem ophopen en via afspoeling in oppervlaktewater terechtkomen. Internationale milieustudies in gebieden met informele raffinage in de Nigerdelta tonen langdurige verontreiniging van grondwater en landbouwgrond. Herstel vergt jaren en aanzienlijke publieke middelen. Wat op korte termijn een goedkope brandstof lijkt, wordt op lange termijn een kostbare saneringsopgave.

Het juridische kader is in dergelijke situaties doorgaans duidelijk. Het ontbreken van een geldige vergunning voor verwerking van gevaarlijke afvalstoffen kan leiden tot strafrechtelijke vervolging wegens milieuovertredingen, gevaarzetting en economische delicten. Een ingediende vergunningsaanvraag biedt geen vrijwaring zolang geen formele goedkeuring is verleend. Bovendien kan belastingontduiking worden vastgesteld wanneer brandstof wordt verhandeld zonder afdracht van accijnzen of omzetbelasting. 

In verschillende landen zijn illegale raffinaderijen ontmanteld waarbij naast milieuwetgeving ook witwas en smokkelwetgeving werd toegepast. De juridische consequenties reiken dus verder dan een bestuurlijke boete.

Toch volstaat repressie alleen niet. De vraag is waarom een markt ontstaat voor inferieure brandstof. Structurele factoren spelen mee: hoge energiekosten, beperkte distributie in afgelegen regio’s, trage vergunningprocedures en gebrekkig toezicht op afvalstromen. Wanneer afgewerkte olie niet via erkende kanalen wordt opgehaald of wanneer toezicht lacunes vertoont, ontstaat ruimte voor informele handel. Een effectief antwoord vereist daarom versterking van afvalinzameling, transparantie in brandstofdistributie en consequente handhaving. Digitale traceersystemen voor afvalolie, periodieke inspecties en duidelijke rapportageverplichtingen kunnen de keten sluiten.

De explosie van 15 februari moet worden gezien als waarschuwing. Waar regelgeving wordt omzeild en toezicht tekortschiet, ontstaat een parallelle economie die zowel veiligheid als volksgezondheid ondermijnt. De maatschappelijke kosten zijn diffuus maar reĂ«el: luchtvervuiling, gezondheidsklachten, bodemschade, fiscale verliezen en aantasting van vertrouwen in het regelgevend kader. 

Internationale voorbeelden tonen dat tolerantie voor informele raffinage niet leidt tot tijdelijke verlichting maar tot structurele schade en herhaalde calamiteiten.

Een redactionele beoordeling kan daarom niet neutraal zijn. Economisch opportunisme dat veiligheid en milieu ondergeschikt maakt, verdient geen relativering. De keuze is niet tussen goedkope brandstof en dure regulering, maar tussen kortetermijnwinst en langetermijnstabiliteit. Waar de staat haar handhavende rol verzaakt of waar economische actoren bewust buiten het systeem opereren, verschuiven risico’s naar de samenleving.

De explosie is daarmee niet slechts een technisch incident, maar een signaal dat het institutionele toezicht moet worden aangescherpt en dat informele praktijken niet als onschuldige ondernemingszin mogen worden beschouwd.

error: Kopiëren mag niet!