Sinds januari 2024 is Iwan Dijksteel, voormalig lijfwacht van Desi Bouterse, officieel voortvluchtig. Bouterse werd veroordeeld tot 20 jaar cel en Dijksteel tot 15 jaar voor hun rol in de Decembermoorden van 1982. Volgens de formele lezing wordt er gezocht. Volgens de informele observatie wordt er vooral gewacht.
Een anonieme opsporings detective, die uitsluitend in schaduwen wenst te spreken, stelt droog vast dat internationale signalering via Interpol indrukwekkend klinkt, maar weinig effect sorteert zonder zichtbare binnenlandse actie. Geen beloning voor tips. Geen grootschalige billboardcampagne. Geen publieke reconstructies. Geen systematische druk op netwerken die onderdak of logistieke steun zouden kunnen bieden. “Zoekacties,” zegt hij, “moeten zichtbaar zijn om geloofwaardig te blijven.”
Indien Dijksteel zich nog in Suriname bevindt, dan overleeft hij niet op geruchten. Voeding, onderdak en communicatie vereisen een ondersteunend netwerk. Dat impliceert medeweten of medewerking van derden. De afwezigheid van tastbare doorbraken roept daarom vragen op over prioriteitstelling. Is er gebrek aan capaciteit, politieke terughoudendheid, institutionele vermoeidheid, of strategisch uitstel?
De vorige regering handelde niet met merkbare urgentie. De huidige regering toont evenmin haast. In een functionerende rechtsstaat geldt dat een onherroepelijk vonnis uitvoering vereist. Wanneer uitvoering uitblijft, ontstaat een vacuüm waarin speculatie groeit. Niet over schuld of onschuld, maar over wilskracht.
Mysterie ontstaat zelden door complexe complotten. Het ontstaat door stilte. En in deze zaak klinkt die stilte luider dan welke sirene dan ook.
