Netwerken achter gesloten deuren: waarom Suriname rijk blijft aan bodemschatten, maar arm aan kansen

Al eeuwenlang leren de rijkste groepen niet “harder werken”, maar beter afschermen. Niet omdat ze slimmer zijn, maar omdat kennis zichzelf beschermt. In Suriname zie je dat mechanisme extra scherp, juist omdat het land wĂ©l mineralen heeft, maar het volk toch arm blijft. 

De paradox is dat rijkdom in de grond niet automatisch rijkdom in de samenleving wordt. Het verschil wordt gemaakt door toegang tot netwerken, informatie en besluitvorming, niet door de hoeveelheid goud, olie of bauxiet.

De zichtbare economie draait om banen, diploma’s, aanbestedingen, vergunningen en verkiezingsbeloftes. Dat is het “open kanaal”: iedereen mag meedoen, iedereen ziet dezelfde vacatures, dezelfde persberichten, dezelfde projectlanceringen. 

Maar de echte verdeling van kansen gebeurt vaak via het “privé kanaal”: wie al binnen is, hoort eerder wat er komt, wie de juiste mensen kent, krijgt sneller een afspraak, wie in de juiste kring zit, wordt “veilig” gevonden om mee te doen. Dit is informatie asymmetrie. Tegen de tijd dat iets publiek wordt, zijn posities, contracten, concessies of voorkeursdeals vaak al praktisch beslist.

Daarna komt sociale kapitaal conversie: relaties worden omgezet in economische waarde. In Suriname is netwerken voor veel mensen een evenement, een kaartje, een WhatsApp contact, een snelle belofte. Maar echte netwerken zijn tijd plus vertrouwen. Vertrouwen groeit in kleine, herhaalde omgevingen: vaste tafels, vaste clubs, vaste kringen, familiebanden, partijstructuren, bedrijfsnetwerken en bemiddelaars die iedereen kennen maar niemand officieel benoemt. Daar wordt niet alleen gepraat; daar wordt geselecteerd.

Dit is geen complot dat je “ontmaskert” door één video te kijken. Het is een rationeel systeem van risicobeheersing door insiders. Wie geld en reputatie heeft, wil zaken doen met voorspelbare mensen. Daarom tellen signalen: afkomst, school, accent, etiquette, aanbevelingen, en vooral: wie jou introduceert. 

Een burger kan de beste ideeën hebben, maar zonder sponsor blijft het bij advies. Advies is goedkoop; toegang is schaars.

Mineralen veranderen dat niet. Ze vergroten de inzet. Grote geldstromen trekken grotere poortwachters aan. Als instituties zwak zijn, transparantie selectief is en handhaving ongelijk, wordt “toegang” de echte munt. Dan blijft het volk arm, niet omdat het land niets heeft, maar omdat waarde lekt via kanalen die voor de meerderheid onzichtbaar zijn. 

De realiteit is hard: armoede is vaak minder een gebrek aan talent, en meer een gebrek aan toegang tot de kamers waar de verdeling al plaatsvindt.

error: Kopiëren mag niet!