De discussie rond de strafzaak tegen ex VP Ashwin Adhin heeft iets blootgelegd dat veel groter is dan één politicus, één partij of één proces. Het heeft een structureel mankement in onze rechtsstaat zichtbaar gemaakt: in Suriname bestaat er nauwelijks een werkbaar mechanisme om het optreden van de procureur-generaal juridisch te toetsen wanneer die mogelijk over de grens gaat. En precies daarom ontsporen strafzaken hier zo snel in politieke oorlogen. Niet omdat iedereen corrupt is, maar omdat het systeem geen tussenstappen kent.
Vandaag hebben we in feite maar twee reacties:
– of men roept dat het OM politiek vervolgt
– of men verdedigt het OM alsof kritiek verboden is.
Wat ontbreekt, is een neutrale plek waar dat conflict juridisch kan worden opgelost. In moderne rechtsstaten is de macht van de vervolging groot, maar nooit onbeperkt. Daar bestaan drie veiligheidskleppen:
- de rechter kan misbruik van vervolgingsrecht afstraffen;
- een tuchtcollege kan de aanklager disciplineren;
- ontslag volgt alleen als uiterste middel.
In Suriname hebben we praktisch alleen stap drie, want er is geen tuchtcollege voor aanklagers. Dat betekent dat elke controverse rond het OM automatisch een constitutionele crisis wordt. Want als er geen lichtere sanctie bestaat, wordt elke kritiek een aanval op de persoon van de PG en elke verdediging een politieke stellingname.
De Adhin-zaak toont daarom niet enkel een juridisch meningsverschil, maar een institutioneel vacuüm. Wanneer het OM na vrijspraak blijft doorprocederen, ontstaat er geen juridisch debat over grenzen van vervolgingsbevoegdheid, maar een nationale strijd over motieven. En dat is gevaarlijk. Dit is niet omdat het OM geen fouten mag maken, want elke macht maakt fouten.
Een rechtsstaat is pas volwassen wanneer fouten gecorrigeerd kunnen worden zonder dat het land verdeeld raakt.
Zolang Suriname geen onafhankelijk tuchtmechanisme en rechterlijke toetsing van vervolgingsbeslissingen invoert, zal elke grote strafzaak tegen een politicus hetzelfde patroon volgen: proces → wantrouwen → politisering → delegitimatie van justitie.
Het probleem is dus niet de procureur-generaal. Het probleem is dat wij van de procureur-generaal een oncontroleerbare instelling hebben gemaakt. Een rechtsstaat zonder controle verandert vroeg of laat in een geloofskwestie. Justitie moet geen geloof zijn. Het moet controleerbaar recht zijn.
Multan Singh
