In verschillende buurten klinkt dezelfde vraag: waar blijft de koopkracht over januari? Voor veel burgers is dit geen administratieve formaliteit, maar het verschil tussen boodschappen doen of schulden maken. Huur, stroom, water en schoolkosten wachten niet op interne procedures. Wanneer de uitbetaling uitblijft, moeten gezinnen letterlijk op hun laatste munten letten. De spanning die dat veroorzaakt, laat zich niet in SRD uitdrukken.
Het ministerie van Sociale Zaken geeft aan dat de middelen nog niet zijn ontvangen. Zodra dat gebeurt, zal worden uitbetaald. Dat is bestuurlijk correct geformuleerd. Alleen verandert die formulering niets aan een lege koelkast. Voor burgers is de afspraak helder: een toezegging van de overheid hoort op tijd te worden nagekomen. Interne administratieve vertragingen zijn geen gedeelde verantwoordelijkheid van de samenleving.
Opvallend is dat men zelden hoort dat vergoedingen van ministers of leden van De Nationale Assemblée te laat worden gestort. Blijkbaar functioneert het systeem daar zonder hapering. Dat roept vragen op over prioriteiten.
Bestuur vraagt vertrouwen, maar vertrouwen vereist voorspelbaarheid. Wie koopkracht belooft, moet leveringszekerheid organiseren. Anders blijft koopkracht een beleidswoord, terwijl de burger intussen leert hoe duur wachten werkelijk is.
