Miljoenen voor Justitie en DNA en centen voor de samenleving

Onze al gespannen samenleving werd opnieuw opgeschrikt door het nieuws dat topfunctionarissen binnen de rechterlijke macht salarissen ontvangen die oplopen tot ruim SRD 1 miljoen per maand. Dat deze bedragen niet het gevolg zijn van een administratieve fout, maar verankerd zijn in wettelijke regelingen, heeft het gevoel van onrechtvaardigheid alleen maar doen toenemen.

De timing maakt het nog explosiever. Terwijl in De Nationale Assemblee initiatiefwetten met betrekking tot de rechtspraak worden besproken, die onder meer de positie en inrichting van de rechterlijke macht raken, komt nu ook de riante salariëring aan het licht. Voor veel burgers voelt het alsof er gelijktijdig wordt gewerkt aan uitbreiding van bevoegdheden en behoud van uitzonderlijke privileges. Het toch al flinterdunne vertrouwen krijgt daarmee een nieuwe klap.

De tegenstelling met andere sectoren is zorgwekkend. Leerkrachten voeren actie voor een leefbaar inkomen, verpleegkundigen verlaten massaal het land en leden van de veiligheidsdiensten werken onder structurele tekorten. Tegelijkertijd verdient de procureur-generaal meer dan het staatshoofd.

Het vaak gehoorde argument, dat hoge salarissen nodig zijn om magistraten te beschermen tegen corruptie, houdt steeds minder stand. Integriteit is immers geen product dat men kan “afkopen” met een salarisstrook. Integriteit hangt vooral af van de eigen inborst, transparantie en controle. Nog erger; extreme inkomensverschillen binnen de publieke sector ondermijnen juist het vertrouwen in de rechtsstaat. Burgers ervaren geen bescherming, maar afstandelijkheid.

Nederland kende een vergelijkbare maatschappelijke verontwaardiging en voerde daarom met succes de Balkenende-norm in via de Wet Normering Topinkomens. Publieke functionarissen mogen daar niet meer verdienen dan een maximum gekoppeld aan het salaris van de minister-president. De gedachte erachter was dat functionarissen die betaald wordt met belastinggeld zichtbaar onderdeel moeten blijven van de samenleving en niet boven de samenleving moeten  staan. Het doel was het herstellen van vertrouwen en legitimiteit.

Suriname lijkt die belangrijke les te negeren. Als de  wetgeving bewust  extreme inkomensverschillen legaliseert, ontstaat niet alleen economische ongelijkheid maar ook institutionele vervreemding. Het debat over de initiatiefwetten kan daarom niet meer los worden gezien van deze heikele salariskwestie. De rechtsstaat Suriname wordt namelijk niet alleen bepaald door wetten, maar door het aanwezige of afwezige rechtvaardigheidsgevoel van onze burgers en beleidsmakers.

Een overheid kan alleen gezag uitoefenen als burgers het systeem als rechtvaardig ervaren.

error: Kopiëren mag niet!